Promotieonderzoek rechtspsycholoog André De Zutter:
‘Zaak Frans perfect voorbeeld van verwoestend effect valse aangifte’
De ex van Frans beschuldigde hem van mishandeling en verkrachting. Dat deed ze nadat Frans de relatie had beëindigd toen hij ontdekte dat zij vreemdging. Ruim twintig jaar waren ze samen geweest. Een leuk gezin met twee jonge kinderen valt uit elkaar. Maar volgens haar aangifte was ze gevlucht en had ze al die jaren in een hel geleefd; ze was vernederd, geschopt, geslagen en misbruikt. Politie en Openbaar Ministerie twijfelen geen moment aan haar verhalen: Frans wordt gearresteerd en vervolgd. Zijn leven is verwoest. Later toont onderzoek door de Universiteit Maastricht aan dat de aangifte van de ex onomstotelijk vals is. Zo wilde ze haar vreemdgaan verdoezelen en kon ze zich de kinderen toe-eigenen.
Hoe konden politie en OM de plank zo misslaan?
Ervaren zedenrechercheurs zijn niet beter in het onderscheiden van echte en valse aangiften van verkrachting dan beginnende agenten of leken. Dat blijkt uit een experiment van rechtspsycholoog André De Zutter. Hij ontdekt ook een belangrijk verschil: de ervaren zedenrechercheurs zijn veel zekerder van hun oordeel dan de twee andere groepen. En daar schuilt het gevaar, want training of ervaring maakt (politie)mensen niet beter in het herkennen van een echte en een valse aangifte. Wel creëert ervaring te veel zelfvertrouwen waardoor ervaren zedenrechercheurs denken genoeg kennis te hebben om de valse verklaringen eruit te kunnen filteren. Maar in de praktijk doen ze het niet beter dan leken, zegt De Zutter en kun je net zo goed een muntje opgooien.
Ook in de zaak van Frans blunderden ervaren zedenrechercheurs door de aangifte van zijn ex zonder meer voor waar aan te nemen. Ze waren zo overtuigd van hun eigen kennis en kunde dat ze, zonder de beschuldigingen te onderzoeken, zeker wisten dat de aangifte echt was. Lees verder