‘Officieren van justitie in de fout’
Het Openbaar Ministerie heeft een belangrijke taak in de maatschappij: het brengt verdachten van strafbare feiten voor de rechter. Maar als het Openbaar Ministerie zélf fouten maakt, kan dat grote gevolgen hebben, want mensen kunnen onschuldig vast komen te zitten. Kan het Openbaar Ministerie ongestraft de regels overtreden? Ingewijden maken zich zorgen en zien een lacune in het toezicht.
De officier van justitie loog bewust tegen de rechtbank om Frans veroordeeld te krijgen. Ze stond pal achter de ex van Frans die – nadat ze uit elkaar waren – aangifte tegen hem deed om de kinderen te krijgen. De officier had geen enkel bewijs voor de beschuldigingen, maar geloofde de ex op basis van haar onderbuikgevoel. André De Zutter deed samen met hoogleraar rechtspsychologie Peter van Koppen en Robert Horselenberg onderzoek naar de aangiften van de ex en toonde aan dat die ontegenzeggelijk vals waren.
Het Openbaar Ministerie houdt tot de dag van vandaag vol dat de officier prima werk heeft geleverd. Zelfs minister Opstelten hield deze liegende officier de hand boven het hoofd tijdens een debat in de Tweede Kamer in 2013 over de zaak van Frans.
Vorige week vertelde Frans bij RTL Late Night over de gevolgen van de valse aangifte door zijn ex. Het achtervolgt hem al ruim twaalf jaar. Hij werd vrijgesproken, maar verloor het contact met zijn kinderen. De officier van justitie die probeerde om Frans met leugens en vals bewijs toch te laten veroordelen, is nooit bestraft. Tot aan de minister wordt haar de hand boven het hoofd gehouden. Frans in de uitzending tegen Twan Huys: ‘In het vonnis van de rechtbank staat gewoon dat de officier van justitie heeft gelogen, het staat zwart op wit en daar gebeurt niks mee en dat is natuurlijk bizar.’
Wat staat er in het vonnis en waarover liegt de officier van justitie nou precies?
De politie schreef destijds in het proces-verbaal dat Frans een bekentenis zou hebben afgelegd over mishandeling van zijn ex-vrouw, terwijl hij altijd alle beschuldigingen heeft ontkend. Uit de verhoortapes die Frans samen met zijn advocaat had beluisterd, bleek dat ook. Toch voerde de officier van justitie op de zitting die zogenaamde bekentenis op als belangrijkste bewijs om tot een veroordeling te komen. Ze zegt letterlijk tegen de rechtbank (citaat uit het requisitoir): ‘De verdediging betwist na het beluisteren van de verhoren dat verdachte zou hebben verklaard dat er wederzijds klappen zijn gegeven. Ik heb zelf de banden beluisterd. Ik heb het verdachte echt horen zeggen!’
De rechtbank luisterde zelf ook naar de verhoortapes en zegt daar in het vonnis van 29 april 2009 dit over (citaat): ‘De officier van justitie heeft het opgenomen verhoor (van verdachte) van 21 februari 2006 uitgeluisterd en naar haar mening komt de verbatim uitwerking overeen met het verhoor. De raadsman heeft dat verhoor ook uitgeluisterd en meent dat de uitwerking juist niet overeenkomt met de verklaring die verdachte aflegde. Daarom heeft de rechtbank dit verhoor eveneens uitgeluisterd en heeft geconstateerd dat de verbatim uitwerking inderdaad niet overeenkomt met hetgeen verdachte verklaarde.’
Over ander ‘bewijs’ dat de officier van justitie tijdens de zitting opvoert om het vermeende seksueel misbruik aan te tonen, spreekt de rechtbank ook klare taal in het vonnis (citaat): ‘Verdachte heeft op de zitting (met gesloten deuren) van een van de films, waaruit de officier van justitie haar bewijs put, het geluid laten horen. Daaruit bleek de rechtbank dat, anders dan de officier van justitie veronderstelt, er in ieder geval op dat moment geen sprake was van een respectloze, ongelijkwaardige situatie.’
Over deze letterlijke citaten is geen twijfel mogelijk: officier van justitie Josien van Aken heeft de rechtbank voorgelogen! Erger kan niet, zegt hoogleraar rechtspsychologie professor dr. Peter van Koppen daarover in een televisie-uitzending in 2013: ‘De grootste doodzonde die je als officier van justitie kunt doen is liegen. Want de rechter moet op die officier kunnen afgaan. Daar zijn allerlei goede redenen voor. Belangrijkste is dat in Nederland het vooronderzoek van de politie centraal staat in het strafproces. Dat betekent dat de officier van justitie kritisch moet zijn op politie. En dat betekent ook dat als de officier van justitie iets zegt op de zitting, dat iedereen ervan uit moet kunnen gaan dat dat waar is. Dat is zo’n centraal onderdeel van het strafrecht. Als de officier dat niet doet dan stort het hele strafrecht in…’
Aansluitend op de tv-uitzending reageert hoofdofficier van justitie Hugo Hillenaar in een live studiogesprek op de uitspraken van professor Van Koppen. Let wel, Van Koppen en zijn team op de Universiteit Maastricht deden een jaar lang onderzoek naar de zaak van Frans. Het Openbaar Ministerie onderzocht zelf helemaal niets, nooit! Hoofdofficier Hillenaar: ‘Met deze conclusies heb ik echt heel erg veel moeite. Want als je ziet waarop deze conclusies gebaseerd zijn, dan ben ik het echt absoluut niet eens met de conclusies die getrokken worden. En daar heb ik een aantal argumenten voor. Als je gaat kijken naar het vonnis, want de conclusies van Van Koppen worden getrokken op basis van een passage in het vonnis. Dan zie je dus dat de rechtbank deze conclusies niet trekt. Je moet hier echt wel heel zorgvuldig lezen. De professor en de advocaat die lezen echt veel te veel in het vonnis. En daarmee vind ik dat het ook echt wel beschadigend werkt naar de officier toe en naar het Openbaar Ministerie toe.’
Maar Hillenaar gaat nog een stap verder: ‘Nou ja, als ik naar mijn officier ga kijken dan ben ik echt van mening dat Van Koppen er naast zit. Er is geen sprake van leugenachtigheid. Zij heeft…, achteraf gezien, achteraf gezien hè…, dan hadden we in deze zaak andere keuzes gemaakt.’
Niet alleen de hoofdofficier, maar ook de minister houdt de liegende officier de hand boven het hoofd. Klakkeloos wordt het twijfelachtige en niet onderbouwde standpunt van het Openbaar Ministerie overgenomen. In zijn brief van 10 april 2013 schrijft toenmalig minister Opstelten aan de Tweede Kamer onder andere: ‘De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, op grond van de (verhoor)opnames op de minidisks en het proces-verbaal van de verhoren, tot het oordeel gekomen dat de betreffende verklaring van verdachte geen rol van betekenis kan vervullen voor het bewijs. In deze overwegingen van de rechtbank kan naar mijn oordeel niet worden gelezen dat zij van oordeel is dat de officier van justitie heeft gelogen tegen de rechtbank.’
Dat is een opmerkelijke uitspraak, zeker voor een jurist, want dat stelt de rechtbank nu juist wel! Over goed lezen gesproken… Hoofdonderzoeker dr. André De Zutter uit het team van professor Van Koppen legt het minister Opstelten in een brief van 12 april 2013 nog even haarfijn uit (citaat): ‘Op die manier bevestigde de officier van justitie met haar eigen waarneming de inhoud van het proces-verbaal. Zij verklaarde zelf de verhoren te hebben beluisterd en zodoende de waarachtigheid van het proces-verbaal te hebben vastgesteld. De advocaat van Frans betwistte voor de rechtbank die lezing. Hij zei dat ook hij de banden beluisterde en helemaal geen bekentenis of iets dat daarop leek had gehoord. Nu ik dit schrijf is het inmiddels onmogelijk geworden om de verhoren nog uit te luisteren omdat de opnames zijn vernietigd. Dat gebeurde in opdracht van dezelfde officier van justitie op 2 juli 2009, een maand nadat door Frans op 25 mei 2009 aangifte was gedaan van het doen van valse aangifte door zijn ex-vrouw. Vlak daarna heeft Frans een klacht ingediend over het opsporingsonderzoek en de handelswijze van de zedenrechercheurs. Een onderdeel van de klacht ging over ongeoorloofde druk tijdens de verhoren, waardoor de opnames van de verhoren als bewijsmateriaal voor de klachtzaak zouden kunnen worden beschouwd. De verhoren kunnen niet meer worden beluisterd. Daarom moet men over de inhoud van de verhoren vertrouwen op het vonnis van de rechtbank op 29 april 2009 die het dispuut over welke partij de waarheid geweld aan deed als volgt beslechtte: ‘De officier van justitie heeft het opgenomen verhoor van 21 februari 2006 uitgeluisterd en naar haar mening komt de verbatim uitwerking overeen met het verhoor. De raadsman heeft dat verhoor ook uitgeluisterd en meent dat de uitwerking juist niet overeenkomt met de verklaring die verdachte aflegde. Daarom heeft de rechtbank dit verhoor eveneens uitgeluisterd en heeft geconstateerd dat de verbatim uitwerking inderdaad niet overeenkomt met hetgeen verdachte verklaarde.’ Dit zijn heldere woorden van de rechtbank lijkt mij,’ aldus De Zutter.
Maar de minister houdt voet bij stuk. Dat er grote fouten zijn gemaakt staat vast, maar van liegen is volgens hem geen sprake. Als enige, want alle tijdens het debat op 22 mei 2013 aanwezige Kamerleden vinden dat de officier van justitie heeft gelogen en dat sancties moeten volgen. Minister Opstelten: ‘Ik noem het niet liegen. Ik weeg de feiten die in het vonnis staan. Ik verbind daar geen nadere kwalificaties aan, want het spreekt voor zich. Het is wel duidelijk dat er voor de rechter aanleiding was om de uitspraak te doen die hij heeft gedaan.’ En dat was, voor alle duidelijkheid, vrijspraak. Een zeer gemotiveerde vrijspraak zelfs, die door de rechtbank helder wordt verwoord in een voor het Openbaar Ministerie vernietigend vonnis. Die ging dan ook wijselijk niet in hoger beroep.
De volgende dag benadrukt professor Van Koppen bij BNR Nieuwsradio nog eens de ernst van zaak: ‘De officier van justitie zegt in haar requisitoir: ‘Nou, ik heb vanochtend die band nog afgeluisterd en ik heb hem die bekentenis horen afleggen, punt en u kunt dit als bewijs gebruiken’. Waarop de rechtbank zich gedwongen voelt om zelf naar het verhoor te gaan luisteren en constateert dat de officier heeft staan liegen, namelijk dat hij niet heeft bekend! De volgende stap is dat die man vervolgens vrijgesproken wordt. Daar ging gisteren het Kamerdebat over en uiteindelijk was het af en toe ook nog bijzonder geestig, eerlijk gezegd. Vrijwel alle fracties waren het erover eens dat deze officier had staan liegen en de enige die echt tegenstribbelde was de minister van Justitie, de heer Opstelten die anderhalf uur draaide om maar niet te hoeven zeggen dat deze officier van justitie had staan liegen. Het enige dat ik me uiteindelijk afvraag is, wat is nu het belang van de minister om tot het gaatje de hand boven het hoofd van een liegende officier te houden? De kern van de zaak is niet zo zeer of deze mevrouw wel of niet heeft staan liegen. Waar het om draait is dat we een schriftelijk strafproces hebben in Nederland, dat vooral gebaseerd is op het dossier. Degene die verantwoordelijk is voor de integriteit van het dossier is de officier van justitie. Dus als die iets zegt dan moeten we daar in Nederland in de vorm van het strafproces dat wij hebben, altijd op af kunnen gaan. Als de officier van justitie zegt die pen is rood, dan moet die pen ook rood zijn.’
Van Koppen zegt verder bij BNR dat deze gang van zaken ver boven de zaak van Frans uitgaat: ‘De betreffende officier van justitie zit er nog steeds, dus wordt geaccepteerd dat zij ter terechtzitting heeft gelogen en dat werpt een smet op al haar collega’s. Als publiekelijk niet duidelijk wordt gemaakt dat dit gedrag niet deugt, dan heeft dat tot gevolg dat andere officieren ook niet meer geloofd worden. In de eerste plaats niet door advocaten, maar in de tweede plaats niet door rechters.’
Van Koppen sluit af: ‘Ja, wat kan een officier van justitie erger doen dan liegen, denk ik dan. En de minister die dekt dat toe en zet daarmee in feite het hele Openbaar Ministerie te kakken.’
Het toedekken van fouten van officieren van justitie lijkt in ieder geval bij het parket Zeeland-West Brabant eerder regel dan uitzondering. Uit een recent bericht in BNdeStem blijkt dat officier van justitie Lucas van Delft die in 2015 werd geschorst omdat hij een bedreiging aan zijn eigen adres in scene had gezet, niet strafrechtelijk is vervolgd en inmiddels gewoon weer aan de slag is als officier van justitie. Veel van zijn collega’s begrijpen niet waarom Van Delft met zo’n lichte sanctie wegkwam.
De liegende officier van justitie in de zaak van Frans werd überhaupt geen sanctie opgelegd, maar kreeg onlangs zelfs een mooie promotie. Ze is nu afdelingshoofd maatwerkzaken bij het Openbaar Ministerie Zeeland-West Brabant. Nota bene de afdeling die zaken behandelt waarbij onder andere sprake is van bijzondere opsporingsbevoegdheden, expertise zoals zeden en persoonsgebonden aanpak.
Overigens werd in deze zaak nog veel meer gelogen en niet door de minsten. Toen de Nationale Ombudsman in 2011 kritische vragen stelde aan het ministerie van Veiligheid en Justitie over het handelen van het Openbaar Ministerie in de zaak van Frans, kwam het antwoord van secretaris-generaal Joris Demmink. Deze liegt in zijn reactie over het bestaan van een contra-expertise van de LEBZ (Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken) waarin expliciet staat dat er geen enkel bewijs is voor de beschuldigingen van de ex tegen Frans. De fouten van de officier van justitie worden door Demmink gebagatelliseerd of ten onterechte in de schoenen van de politie geschoven. Het mag allemaal niet baten, want de Nationale Ombudsman oordeelt uiteindelijk als volgt: Openbaar Ministerie en politie handelen niet professioneel na onterechte vervolging.
En toch lijken ze ermee weg te komen. Ondanks dat wel vaststaat dat Frans op het nippertje is ontsnapt aan een onterechte veroordeling. Tot die conclusie komt ook dr. André De Zutter in zijn onderzoek. Hij zegt: ‘In de zaak van Frans hebben de politie en de officier van justitie geprobeerd om toch tot een veroordeling te komen. Maar toen bleek dat er geen enkele ondersteuning was voor het schuldige scenario, waren ze zelfs bereid om in processen verbaal en ter terechtzitting te liegen. Enkel een oplettende meervoudige kamer en een goede verdediging hebben Frans kunnen redden van een veroordeling, zodat een gerechtelijke dwaling werd voorkomen.’
]]>Vijf procent van de aangiftes van verkrachting is vals, blijkt uit promotieonderzoek van rechtspsycholoog André de Zutter. Ook Frans werd valselijk beschuldigd van seksueel misbruik. Zijn ex deed in 2006 aangifte, ongeveer een halfjaar nadat hun relatie was geëindigd. Gisteravond deed Frans zijn verhaal bij RTL Late Night.
RTL Nieuws 18 september 2018
Frans had ‘een bovengemiddeld goede relatie’ met zijn ex, toen die in september 2005 na 23 jaar samenzijn eindigde. Zijn vriendin was met een ander naar bed gegaan en had hem tot overmaat van ramp een geslachtsziekte bezorgd.
Bijna een halfjaar later beschuldigde ze Frans ook nog eens van mishandeling en verkrachting. Zes weken lang zat hij vast in voorarrest. Pas na 3,5 jaar werd hij vrijgesproken en daarmee gezuiverd van alle blaam. Lees verder en bekijk de uitzending →
De #metoo campagne heeft veel losgemaakt. Slachtoffers van seksuele intimidatie en misbruik worden aangemoedigd om hun ervaringen te delen, erover te praten en misstanden te melden. Dat is een goede zaak. Die onthullingen en discussies in de media maken ons er ook van bewust dat twee personen een voorval of vrijpartij totaal verschillend kunnen interpreteren. Wat de een ziet als een gezellige avond, kan de ander – vaak pas (veel) later – ervaren als verkrachting. Hij of zij heeft achteraf spijt of wil iets verbergen. Tussen deze twee extremen zit een groot grijs gebied. Wat is waarheid, welk verhaal klopt of hebben ze misschien allebei een beetje gelijk? En wat als de beschuldiging vals blijkt te zijn of de aangifte van misbruik wordt gedaan uit wraak bijvoorbeeld in een (v)echtscheiding om de ex-partner te treffen?
Dit laatste komt veel vaker voor dan leken denken, met enige regelmaat zelfs, zegt Kim Lens onderzoeker en docent aan de Universiteit van Tilburg. ‘Het zijn voornamelijk vrouwen die bij een vechtscheiding de volledige voogdij proberen te krijgen over hun kind en daarom liegen dat zij of hun kind is misbruikt.’ Als er aangifte is gedaan, is het aan de politie om te onderzoeken of de beschuldigingen terecht zijn of niet. Maar uit onderzoek blijkt dat rechercheurs het onderscheid tussen een echte en een valse zedenaangifte helemaal niet goed kunnen maken. ‘Nattevingerwerk’, noemt onderzoeker André de Zutter van de Universiteit Maastricht de manier waarop de politie zedenaangiften beoordeelt. Vergeleken met andere misdrijven komen onterechte zedenaangiften vaak voor, volgens De Zutter. Als die worden gedaan rondom een scheiding is de beschuldiging in 90 – 95% van de gevallen onterecht!
De Nationale politie herkent zich niet in de bevindingen van De Zutter: ‘Als slachtoffers een valse of onjuiste aangifte doen, bijvoorbeeld om iemand te beschermen of om te verhullen dat ze zelf ergens zijn geweest waar ze niet mochten komen van hun ouders, dan komen rechercheurs daar gaandeweg het onderzoek veelal achter.’ Daar zit nu precies het probleem. De Zutter: de politie denkt veel kennis te hebben, maar in de praktijk doen ze het niet beter dan leken. Ook oud-advocaat Chris Veraart zegt in zijn boek ‘Valse zeden’ dat Justitie nauwelijks valse aangiften herkent. Het is een teken aan de wand dat de eerste druk al in 1997 verscheen en er sindsdien niets veranderd is. Nog steeds slaat de politie te vaak de plank mis bij het beoordelen van aangiften van seksueel misbruik, vooral als die worden gedaan rondom een (v)echtscheiding.
Ook in de zaak van Frans blunderde de politie bij het beoordelen van de valse aangiften die zijn ex-partner Fabiana tegen hem deed. Zij handelde uit wraak omdat Frans de relatie had beëindigd toen hij ontdekte dat ze vreemdging. Met de aangiften wilde Fabiana haar eigen vreemdgaan verdoezelen en zich de kinderen toe-eigenen, die na de scheiding bij Frans woonden. Maar in plaats van de beschuldigingen te onderzoeken en het motief voor de aangifte na te gaan, ging de Bredase politie kritiekloos mee in alle leugens en verzinsels. Lees meer daarover in dit blog.
Als de politie eenmaal in die tunnel zit, is er nauwelijks nog een weg terug. Niet alleen voor Justitie zelf; zij maken immers geen fouten, maar ook niet voor het vermeende slachtoffer. Die komt, als de stap naar een valse aangifte eenmaal is gezet en meerdere verklaringen zijn afgelegd, op een ‘point of no return’. Om geloofd te worden komt er iedere keer een schepje bovenop; de verhalen worden almaar groter en ernstiger waardoor het steeds moeilijker wordt om nog op de onterechte beschuldigingen terug te komen. En mocht de aangeefster toch nog twijfelen, dan is daar de politie die haar met raad en daad bijstaat en haar zelfs aanmoedigt de aangifte door te zetten. Daar komt bij dat een zedenaangifte niet kan worden ingetrokken. Dus als de officier van justitie er een zaak inziet, kan hij of zij gewoon overgaan tot vervolging. De denderende trein is nu niet meer te stoppen…
Seks is een machtig wapen en een van seksuele intimidatie of verkrachting beschuldigde man lijkt bij voorbaat kansloos. Zedenrechercheurs, maar ook officieren van justitie scharen zich achter het vermeende slachtoffer en gedragen zich meer als beschermengel en hulpverlener dan als objectieve waarheidsvinders. In het verhaal van de verdachte zijn ze niet geïnteresseerd, tenslotte weten ze al dat hij de dader is, vaak zonder dat er ook maar één onderzoekshandeling is verricht. Juist omdat het bewijs in zedenzaken meestal flinterdun is zou je verwachten dat politie en Openbaar Ministerie uiterst zorgvuldig te werk gaan bij het achterhalen van de waarheid. Niets is minder waar. Volgens Chris Veraart laten (zeden)rechercheurs en officieren van Justitie zich vooral leiden door emoties, het morele gelijk en scoringsdrift.
Tijdens de strafzitting in de zaak van Frans ging officier van justitie mw. mr. Van Aken nog een stap verder. In plaats van de objectieve feiten te presenteren en beide kanten van de zaak te belichten, koos zij partij voor de ex van Frans. Aan de rechters van de meervoudige kamer vertelde de officier een verzonnen verhaal over wat de ex volgens haar had moeten doorstaan en hoe zij jarenlang in een nachtmerrie zou hebben geleefd. De officier baseerde zich op een romannetje wat ze ooit eens had gelezen… Een citaat uit het betoog van de officier: ‘Toen ik het verhaal las, deed het me denken aan de roman ‘the woman who walked against doors’. Een verhaal over een vrouw die in de beslotenheid van haar huis wordt mishandeld en misbruikt. Bij die roman zit echter een komische noot en die is in dit verhaal ver te zoeken. Pas in september 2005 sloot Fabiana de deur van deze gevangenis letterlijk en figuurlijk achter zich. Daarvoor moest zij moed verzamelen en moest zij weer de krachtige vrouw worden die zij eens was.’ Het boek heet trouwens ‘The woman who walked into doors’, maar dat terzijde, de officier had zich in deze zaak al meer ‘vergist’.
Tijdens hetzelfde betoog deinsde de officier er ook niet voor terug om tegen de rechtbank te liegen over een zogenaamde bekentenis die Frans zou hebben afgelegd bij de politie. Gretig als ze was om Frans kost wat kost veroordeeld te krijgen. Als later door hoogleraar rechtspsychologie Peter van Koppen wetenschappelijk wordt aangetoond dat de aangiften evident vals waren, blijft deze ‘liegende officier’ volhouden dat ze haar werk goed gedaan heeft. Haar directe collega officier van justitie mr. J.M. Valente die later de klachten van Frans over de fouten door politie en Openbaar Ministerie bij de behandeling van de aangiften moet beoordelen, bagatelliseert de zaak. Weer zonder enig onderzoek te doen of betrokkenen te horen trekt hij op basis van zijn onderbuikgevoel de conclusie dat de ex van Frans de relatie anders heeft beleefd. En daarmee is de kous af: het Openbaar Ministerie maakt namelijk geen fouten, weet je nog!
Het handelen van politie en Openbaar Ministerie en het bewust liegen door Justitie in de zaak van Frans is een aantasting van de geloofwaardigheid van ons rechtssysteem, oordelen Kamerleden tijdens een debat over deze zaak in 2013: ‘De rechtbank moet kunnen vertrouwen op de politie en het Openbaar Ministerie, anders stort het strafrechtstelsel in.’ Een rechter: ‘Het risico dat je iemand onterecht veroordeelt, is in zedenzaken groter omdat er vaak maar weinig bewijs is.’ Het gaat erom valse van echte aangeefsters/aangevers te kunnen onderscheiden. Daarbij zijn niet alleen de onterecht beschuldigden, maar ook de echte slachtoffers van seksueel misbruik gebaat.
Zedendelicten zijn erg stigmatiserend, zegt Kai Lindenberg, hoofddocent straf(proces)recht aan de Universiteit van Groningen. ‘Het zal je maar gebeuren dat iemand zoiets over je naar buiten brengt, terwijl het niet waar is. Je bent in feite al schuldig bevonden. Het vervelende is, is dat er ook valse aangiften worden gedaan. Beide kanten van seksueel misbruik werken ontwrichtend.’ Dat beschuldigingen van misbruik niet thuis horen in de media heeft de ‘Brandt Corstius zaak’ wel laten zien. Volgens strafrechtadvocaat Bart Swier zijn de gevolgen rampzalig, ‘want je kunt nooit meer tot een zorgvuldige waarheidsvinding komen’. Daar komt bij dat onterechte zedenaangiften zelden worden vervolgd. Dit terwijl zedenofficier van justitie Eva Kwakman al in 2012 beterschap beloofde en zei dat Justitie voortaan altijd vervolging zal instellen bij een valse aangifte van een zedenmisdrijf. Tot nu toe is daar weinig van terechtgekomen. Dat zal ook niet veranderen zolang de politie maar wat blijft aanmodderen en valse aangiften niet herkent.
Een ding staat vast, of ze nu echt zijn of vals, bij zedendelicten zijn geen winnaars en verliezers, maar is slechts sprake van beschadigde, verdrietige en getraumatiseerde mensen. Alle aangiften rondom seksueel misbruik moeten serieus genomen worden, zegt Kim Lens van de Universiteit Tilburg. ‘Zulke dingen horen niet te gebeuren. Maar we moeten onze ogen ook niet sluiten voor onterecht beschuldigde mensen.’
Laat de #metoo campagne een wake-up call zijn voor politie en Openbaar Ministerie en de manier waarop zedenaangiften worden behandeld, in het bijzonder als die worden gedaan rondom een (v)echtscheiding met de bedoeling de ex-partner uit te schakelen. Zet deze oproep kracht bij en vraag met #stopvalseaangiften aandacht voor deze problematiek!
Struikelend over haar woorden en half snikkend doet ze haar verhaal. Ruim twintig jaar zou ze door haar man zijn mishandeld en vernederd. De afgelopen tijd is het helemaal geëscaleerd en werd ze bijna dagelijks door hem geschopt en geslagen, tegen haar hoofd gestompt, uitgescholden en gekleineerd.
Ze moest zich naakt in allerlei posities door hem laten filmen en fotograferen. Haar slaapplaats was in het ketelhok, de garage of de kelder. Hij perste haar af en bedreigde haar met de dood. Een paar dagen geleden is ze in paniek gevlucht en woont nu bij haar moeder. De kinderen moest ze noodgedwongen achterlaten bij deze brut. Die lopen volgens de vrouw ook ernstig gevaar en moeten daar zo snel mogelijk weg!
Zonder een vraag te stellen noteert de verbalisant van politie de nogal bizarre beschuldigingen van de vrouw. Als ze niet lang daarna terugkomt voor een volgende aangifte, zijn haar verhalen nog veel schrijnender. De mishandelingen veroorzaakten volgens de vrouw regelmatig blauwe plekken en ernstige zichtbare verwondingen. Toch ging ze al die jaren niet een keer naar een dokter en kan ze niemand noemen die ze in vertrouwen nam of haar verwondingen heeft gezien. Gaandeweg hun relatie zou haar man zich op seksueel gebied ook steeds extremer zijn gaan gedragen. Uit angst voor nieuwe mishandelingen ging ze daar tegen haar zin in mee. De laatste jaren zou hij haar zelfs regelmatig hebben verkracht.
De afgelopen maanden draaide haar man volgens de vrouw volledig door. Ze werd dagelijks vreselijk mishandeld, vernederd en bedreigd. Op seksueel gebied dwong hij haar tot van alles wat ze niet wilde. Toch houdt haar dat niet tegen om een weekje met hem op ‘goedmaakvakantie’ te gaan, want – legt de vrouw de politie uit – ‘… ze hoopte dat alles weer goed zou komen’.
De vakantie was een hel want het misbruik en de mishandelingen gingen gewoon door: de vrouw zou onder de blauwe plekken hebben gezeten. Niet lang na de helse vakantie moet ze vluchten omdat ze bij deze man haar leven niet meer zeker is. De vrouw zegt doodsbang voor haar ex te zijn. Ze mijdt ieder contact met hem en alleen onder escorte van haar ouders durft ze naar zijn huis waar ook de kinderen wonen.
Opmerkelijk is dat de vrouw ook bij de politie verklaart dat ze in diezelfde periode wel ‘gezellig’ met hem en de kinderen meegaat naar een buurt BBQ. Dit keer niet onder begeleiding van haar ouders! Ook verblijft ze met de dochter in zijn huis als hij met hun zoontje op schoolkamp is, ze gaan samen naar ouderavonden op school en verjaardagen worden met het voltallige gezin gevierd.
Weer stelt de politie geen enkele vraag. Ook niet als de vrouw na alle ernstige beschuldigingen van misbruik bekent dat ze kort geleden een intieme relatie had met een andere man. Ze had seksuele tekortkomingen verduidelijkt ze aan de politie. Onlangs is haar man achter die relatie gekomen…
Tegen hem zei de vrouw weleens dat ze met een vriendin naar de film ging. In werkelijkheid ging ze, terwijl haar man thuis de kinderen naar bed bracht, met haar minnaar naar een goedkoop hotelletje om seks te hebben. Zo bang was de vrouw nou kennelijk ook weer niet! Nu hadden bij de politie echt alle alarmbellen af moeten gaan.
Het is al te laat, de politie is terechtgekomen in een tunnelvisie en neemt kritiekloos alles wat de vrouw zegt voor waar aan. Haar man is schuldig dat staat wel vast. Zonder enig onderzoek te doen ‘weten’ ze dat gewoon; hij is de dader en moet zo snel mogelijk worden opgepakt! Alle signalen van een mogelijk valse aangifte hebben de ervaren zedenrechercheurs volledig gemist.
Dit is geen uitzondering, zo blijkt uit een recent artikel in de Volkskrant: ‘Rechercheurs niet goed in onderscheid echte en valse zedenaangifte’. De politie denkt veel kennis te hebben, maar in de praktijk doen ze het niet beter dan leken, dat wijst onderzoek uit. ‘Het beoordelen van een zedenaangifte is nattevingerwerk’ zegt onderzoeker André De Zutter van de universiteit Maastricht, ‘Je kunt net zo goed een muntje opgooien’.
Heel verontrustend! Zeker omdat het artikel duidelijk maakt dat er in tien jaar tijd niets is veranderd. De vrouw in het verhaal hierboven is de ex van Frans en dit speelt eind 2005. Ze stapt met haar valse beschuldigingen naar de politie pas nadat Frans de relatie heeft beëindigd omdat hij erachter was gekomen dat zij vreemd ging. Met het doel zich de kinderen toe te eigenen, die na de scheiding bij Frans wonen, doet de ex meerdere valse aangiften die steeds in ernst toenemen. Eerst beschuldigt ze Frans ‘alleen’ van jarenlange mishandeling, in de volgende aangifte komt daar ineens seksueel misbruik bij en uiteindelijk beweert ze de laatste jaren regelmatig door hem te zijn verkracht.
“Wij geloven wat het slachtoffer vertelt”
De politie was volkomen blind voor de omstandigheden waaronder de ex aangifte deed (de scheiding en de kinderen), de tegenstrijdigheden en andere tekenen in haar verklaringen die er duidelijk op wezen dat haar beschuldigingen wel eens leugens en verzinsels konden zijn. De rechercheurs vinden zelf dat ze het goed gedaan hebben. De chef van de zedenafdeling waar de aangiften van de ex destijds werden behandeld: ‘Wij gaan ervan uit dat wat het slachtoffer vertelt, waar is.’ en ‘Ik heb geen moment gedacht dat het een valse aangifte was.’
Hoe fout ze zaten en welke rampzalige gevolgen dit had, is bekend (of kun je hier lezen). Frans wordt gearresteerd en zit een paar weken in de gevangenis. De kinderen gingen ‘automatisch’ naar de ex. Daar kregen ze zo jong als ze waren (7 en 9 jaar oud) alleen maar leugens en negatieve verhalen over hun vader te horen. De ex laat de kinderen geloven dat ze bij haar het beste af zijn, hun vader hebben ze volgens haar nu niet meer nodig. Frans kreeg zijn kinderen nooit meer te zien.
Missie geslaagd! Dankzij de toegewijde ‘hulp’ van de politie heeft de ex de kinderen en is het leven van Frans verwoest. Het maakt nauwelijks uit dat hij gemotiveerd is vrijgesproken, dat politie en Openbaar Ministerie hebben toegegeven dat ze vreselijk hebben geblunderd in deze zaak en dat is aangetoond dat de aangiften door de ex ontegenzeggelijk vals waren. De gevolgen van haar valse aangiften blijven Frans tot op de dag van vandaag achtervolgen. Zijn kinderen moet hij al jaren missen en door zijn veelbelovende internationale carrière is een dikke streep gehaald.
We zijn meer dan tien jaar verder, maar terug bij af. Het is onbegrijpelijk dat de politie een valse zedenaangifte anno 2016 nog steeds niet kan onderscheiden van een echte. Al in 2002 stond er een artikel in de Volkskrant met de hoopvolle titel: ‘Misbruik wordt niet meer steevast geloofd’. Er zou een kentering gaande zijn waarbij door politie en Justitie wordt onderkend dat aangiften ook vals kunnen zijn. De meeste onterechte aangiften gaan om beschuldigingen rond een echtscheiding. Zedenrechercheurs zouden worden getraind om alert te zijn op kenmerken van valse aangiften.
Daar is niet veel van terecht gekomen. Zorgelijk, want in een scheidingsstrijd is een valse aangifte een machtig wapen om de ex-partner te treffen. Nu het aantal vechtscheidingen toeneemt, ligt het voor de hand dat hetzelfde gebeurt met het aantal valse aangiften.
Het wordt tijd dat de politie haar verantwoordelijkheid neemt en zorgt dat ze goed is opgeleid om een valse aangifte van een echte te onderscheiden. Zeker wanneer een zedenaangifte wordt gedaan rond een scheiding zouden rechercheurs zeer alert moeten zijn. Het vroegtijdig herkennen van valse aangiften bespaart niet alleen politie en Justitie veel tijd en geld, maar voorkomt vooral levenslange ellende bij de onterecht beschuldigde.
Het zou van veel wijsheid getuigen als de politie over de eigen schaduw heen zou springen en deze ervaringsdeskundigen zou betrekken bij het leerproces. Ik ken er wel een paar die daartoe graag bereid zijn!
Kijk hier voor meer informatie en kenmerken van valse aangiften.
De politie ligt onder vuur. Om maar een paar voorbeelden te noemen: schietincidenten waarbij twijfel is of agenten wel terecht hebben geschoten, het gebruik van de omstreden nekklem en alarmerende aangiftes waarmee niets wordt gedaan. Deze zaken halen het nieuws omdat er helaas dodelijke slachtoffers zijn te betreuren. Niet zelden als gevolg van onjuist handelen of fouten door de politie. Maar die is beledigd als ze hierop wordt aangesproken, want het liefst houden ze de fouten verborgen onder de ‘blauwe’ pet.
Wat er via de media naar buiten komt is het topje van de ijsberg. Het gaat veel vaker fout bij de politie, vaak met ernstige gevolgen voor de betrokken – onschuldige – burgers. Zo worden aangiftes regelmatig verkeerd ingeschat, dat geldt in het bijzonder voor (zeden)aangiftes die gedaan worden rondom een vechtscheiding. Veel van deze aangiftes zijn namelijk vals. Dat is niets nieuws en de politie zou daar heel alert op moeten zijn. Maar merkwaardig genoeg gaat de politie nog altijd kritiekloos mee in de leugenachtige beschuldigingen tegen de ex partner, neemt de valse aangifte op en gaat op jacht naar de vermeende dader. Tegen de tijd dat duidelijk wordt dat de politie fout zat is het kwaad al geschied. De gevolgen voor de onterecht beschuldigde zijn vaak desastreus. De politie komt er steeds mee weg en lijkt niets te leren…
“ZE KOMEN VAAK EMOTIONEEL HET POLITIEBUREAU BINNENGELOPEN EN KUNNEN HUN VERZONNEN VERHAAL MET OVERTUIGING OVERBRENGEN. VELEN VAN HEN VALLEN UITEINDELIJK TOCH DOOR DE MAND, MAAR NIET VOORDAT ZE ENORME SCHADE HEBBEN AANGERICHT. EEN VALSE AANGIFTE KOST NIET ALLEEN DE POLITIE EEN HOOP TIJD EN GELD, MAAR KAN OOK HET LEVEN VAN EEN BESCHULDIGDE VERWOESTEN” Thomas de Waard en Tim van Leeuwen
Al eerder schreef ik over valse aangiften als wapen in de scheidingsstrijd. Een wapen met hele ernstige gevolgen voor degene die het treft. Meestal zijn dat vaders die bij conflicten over de kinderen door hun ex worden beschuldigd van mishandeling of seksueel misbruik van zichzelf of nog erger, van de kinderen. Een vader die dit overkomt kan zich nauwelijks verdedigen. Eigenlijk maakt hij gewoon geen schijn van kans, want de politie ‘weet’ gewoon al vanaf het begin dat hij schuldig is.
Niet dat ze onderzoek hebben gedaan om de waarheid te achterhalen of dat ze de zaak nog eens van een andere kant hebben bekeken. Nee hoor, dat is helemaal niet nodig want de (zeden)rechercheurs weten van tevoren al precies hoe de zaak in elkaar zit. Voor hen is het klip en klaar, geen twijfel mogelijk. Ze zijn 100% overtuigd van zichzelf, maar ook van de betrouwbaarheid van de (valse) aangifte. Bij dit soort zedenaangiften zijn de signalen dat het misschien wel eens om een valse aangifte zou kunnen gaan, vrij gemakkelijk te herkennen. Maar de politie pikt ze niet op…
De vader in kwestie wordt vaak met veel machtsvertoon gearresteerd en met een beetje pech zit hij ook nog een tijd onschuldig in de gevangenis. Een traumatische ervaring voor iedereen die dit meemaakt en de gevolgen zijn dramatisch. Want ook al wordt de vader later vrijgesproken dan is zijn leven vaak al verwoest, hij is zijn baan kwijt, zit financieel aan de grond en hij is het contact met zijn kinderen verloren. De valse beschuldiging blijft deze vaders de rest van hun leven achtervolgen. Van de smet komen ze nooit meer af!
In 2007 zond TV programma Zembla de documentaire ‘Verdachte vaders’ uit. In deze uitzending wordt pijnlijk duidelijk hoe de politie te werk gaat na de – bizarre! – valse aangiften van de ex-vrouw en hoe het leven van de onterecht beschuldigde vader compleet wordt verwoest. Ook de TV uitzending ‘Justitie loog bewust over misbruik zaak’ over de zaak van Frans laat zien wat de gevolgen kunnen zijn als de politie meegaat in een valse aangifte. Deze twee zaken – die ‘toevallig’ in de publiciteit komen – staan niet op zichzelf, maar staan model voor een schrijnend probleem dat zich buiten het zicht van iedereen afspeelt. Zoals gezegd is het doen van een valse aangifte zo langzamerhand aan de orde van de dag in vechtscheidingen en een beproefd middel voor moeders om wraak te nemen op hun ex of om hun zin te krijgen in conflicten over de kinderen.
Het probleem van de valse (zeden)aangiften en de fouten die de politie daarbij maakt bestaat al jaren. In 1997 beschreef oud advocaat Chris Veraart in Valse zeden al hoe de politie structureel faalt in dit soort zaken. Bijzonder zorgelijk is dat de problematiek waar Veraart over schrijft vandaag de dag nog net zo actueel is als toen; bijna twintig jaar geleden!
En als gedupeerden zich beklagen over de gemaakte fouten dan doet de politie er werkelijk alles aan om deze ‘lastposten’ van zich af te schudden en monddood te maken. In de spiegel kijken is er niet bij, laat staan dat de politie iets wil leren; dat zegt ze wel, maar het gebeurt niet. De fouten moeten kost wat kost in de doofpot blijven. En als dat niet lukt en de blunders komen wel naar buiten, dan wordt het afgedaan als ‘spijtig’ incident dat nooit had mogen gebeuren. Dan komen ze ineens wel in actie en “wordt alles tot op de boden uitgezocht”. Dat zegt politiechef Dick Schouten tijdens de persconferentie deze week over de moord op Linda van der Giesen, maar pas nadat is vastgesteld dat de politie fouten heeft gemaakt. Wie heeft daar iets aan? Dat had moeten gebeuren toen Linda aangifte kwam doen!
Dat gezegd hebbende wordt vervolgens alles in het werk gesteld om te voorkomen dat een individuele diender verantwoordelijk wordt gehouden voor de fouten die zijn gemaakt. Dat moeten ze helemaal niet hebben. Dan verschuilt de politie zich achter het c-woord: capaciteit. Al jaren wordt de schaarse capaciteit misbruikt als verklaring voor missers en fouten. Hoewel dit dus al jaren speelt, heeft de politie het nog steeds niet voor elkaar gekregen om die beperkte capaciteit dan in ieder geval zo efficiënt mogelijk in te zetten.
Liever blijven ze die toch al schaarse mankracht verspillen aan het achterna rennen en ‘helpen’ van wraakzuchtige moeders die met valse beschuldigingen hun ex uit hun leven willen werken of hun zin willen doordrammen in een conflict over de kinderen. Ik kan hier met mijn pet niet bij…
]]>
De verontwaardiging was groot na de TV reportage door de EO. Daarin is te zien hoe politie en Openbaar Ministerie fout op fout stapelen na de valse beschuldigingen tegen Frans die zijn ex vrouw deed in haar strijd om de kinderen.
Deze ‘zielige gescheiden’ moeder werd door de politie met open armen ontvangen en al haar leugens werden klakkeloos voor waar aangenomen. Haar verklaringen werden niet gecheckt en van een objectief opsporingsonderzoek was geen sprake. De politie manipuleert bewijsmateriaal, beïnvloedt getuigen, liegt in processen verbaal en zet de vrouw zelfs aan tot steeds ernstiger beschuldigingen. Frans wordt opgepakt en belandt in de gevangenis. De kinderen, die na de scheiding bij hem woonden, gaan naar de moeder. Hij heeft ze sindsdien niet meer gezien.
Aangiften van seksueel misbruik dat naar voren komt na een echtscheiding zijn veelal onterecht. Tot die conclusie komt de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken (LEBZ) in haar rapport in 2008. De Expertise groep signaleert dat de aangifte wordt gebruikt als wapen in de strijd tussen de voormalige echtelieden. Van de onderzochte zaken blijkt dat er in 95% van de gevallen onvoldoende bewijs was voor de beschuldigingen.
Hoe kan het dan dat de politie en het Openbaar Ministerie niets doen met deze kennis en dat bijna iedere aangeefster*) al op voorhand onvoorwaardelijk wordt geloofd? Sterker nog, de politie en de officier van justitie stellen zich maar al te graag op als beschermeling van de aangeefster en ‘helpen’ haar om ‘die klootzak’ veroordeeld te krijgen. Seks is een machtig wapen en de man die van misbruik wordt beschuldigd lijkt bij voorbaat kansloos. Voordat hij zich heeft kunnen verdedigen, is hij meestal al veroordeeld. Ook als later blijkt dat de aangiften vals waren – wat in scheidingssituaties vaak het geval is – en de man wordt vrijgesproken, komt hij van de smet nooit meer af. Zijn leven is voorgoed verwoest, zijn kinderen is hij kwijt. De aangeefster gaat vrijuit, zij wordt zelden vervolgd.
Politiefunctionarissen die grote fouten maken tijdens het onderzoek en officieren van justitie die de rechtbank voorliegen – zoals in de zaak van Frans – komen daar ook ongestraft mee weg.
Zelfs minister Opstelten hield vol dat de liegende officier in de zaak van Frans niets te verwijten viel, een disciplinaire maatregel vond hij nergens voor nodig. Opstelten zei dit tijdens een Kamerdebat in mei 2013 dat werd gehouden naar aanleiding van Kamervragen over de TV uitzending.
Rechtspsycholoog professor Peter van Koppen veegt in een radio interview met BNR de vloer aan met de liegende officier en de houding van de minister tijdens het Kamerdebat. Van Koppen: ‘Het moet in ieder geval voor het publiek duidelijk zijn dat dit gedrag (het liegen van de officier, red.) niet kan. En de minister die dekt dat toe en die zet in feite het hele Openbaar Ministerie daarmee te kakken.’
Luister naar het radio interview over de liegende officier en naar het vervolg over wat Van Koppen vindt van de reactie daarop van Minister Opstelten.
Politie en Openbaar Ministerie proberen dit soort zaken consequent af te doen als een incident. Ze veinzen medelijden, maar achter je rug proberen ze je op allerlei manieren monddood te maken. Excuses komen pas onder het dreigende oog van de televisiecamera en de expliciete vraag van de presentator. Maar dat is slechts een enkeling gegeven.
De zaak van Frans is het topje van de ijsberg. Er zijn jaarlijks veel vaders zoals hij die in de toch al heftige scheidingsstrijd ook nog eens onterecht worden beschuldigd van misbruik van de ex partner of – valser kan het niet – van de kinderen. Van deze vaders hoor je zelden iets en dat is te begrijpen. Zij hebben het al zwaar genoeg en moeten al hun tijd en energie steken in de verdediging tegen de valse beschuldigingen en de dreiging daardoor hun kinderen te verliezen. Niet zelden doen deze aangeefsters meerdere aangiften. Als ze de eerste keer niet succesvol is, proberen ze het daarna gewoon weer. Politie, Openbaar Ministerie en rechterlijke macht laten het allemaal gebeuren.
Is er twee jaar na dato iets veranderd? Hebben politie en Openbaar Ministerie iets geleerd? Worden valse aangeefsters nu wel vervolgd? Het lijkt er niet op.
Natuurlijk moet een beschuldiging van seksueel misbruik door de politie altijd zeer serieus genomen worden. Maar wanneer de aangifte wordt gedaan rondom een scheiding en er conflict is over de kinderen, dan moeten alle alarmbellen afgaan. Door de schrikbarende toename van het aantal vechtscheidingen, is het niet ondenkbaar dat ook het aantal valse aangiften zal toenemen. Onterechte beschuldigingen moeten direct in de kiem worden gesmoord en het wordt hoog tijd dat de politie haar verantwoordelijkheid hier neemt. Politie en justitie moeten ernstige zedendelicten opsporen en vervolgen en zich niet gedragen als hulpverlener en de beschuldigingen van een aangeefster op voorhand klakkeloos voor waar aannemen. De gevolgen van een valse aangifte zijn desastreus!
Bronnen:
– Valse Zeden – Chris Veraart
Omroep Brabant besteedde veel aandacht aan de zaak van Frans die inmiddels landelijk bekend staat als ‘de Bredase zedenzaak’. Lees hier de verschillende nieuwsberichten en bekijk het TV interview dat Frans aan Omroep Brabant gaf naar aanleiding van het rapport van de Nationale ombudsman.
]]>