‘Officieren van justitie in de fout’
Het Openbaar Ministerie heeft een belangrijke taak in de maatschappij: het brengt verdachten van strafbare feiten voor de rechter. Maar als het Openbaar Ministerie zélf fouten maakt, kan dat grote gevolgen hebben, want mensen kunnen onschuldig vast komen te zitten. Kan het Openbaar Ministerie ongestraft de regels overtreden? Ingewijden maken zich zorgen en zien een lacune in het toezicht.
De officier van justitie loog bewust tegen de rechtbank om Frans veroordeeld te krijgen. Ze stond pal achter de ex van Frans die – nadat ze uit elkaar waren – aangifte tegen hem deed om de kinderen te krijgen. De officier had geen enkel bewijs voor de beschuldigingen, maar geloofde de ex op basis van haar onderbuikgevoel. André De Zutter deed samen met hoogleraar rechtspsychologie Peter van Koppen en Robert Horselenberg onderzoek naar de aangiften van de ex en toonde aan dat die ontegenzeggelijk vals waren.
Het Openbaar Ministerie houdt tot de dag van vandaag vol dat de officier prima werk heeft geleverd. Zelfs minister Opstelten hield deze liegende officier de hand boven het hoofd tijdens een debat in de Tweede Kamer in 2013 over de zaak van Frans.
Na een scheiding komt het regelmatig voor dat de ene ex-partner de andere vals beschuldigt van huiselijk geweld of seksueel misbruik. In veel gevallen maken de beschuldigingen deel uit van een haatcampagne tegen de andere ouder. Die wordt neergezet als onveilig en gevaarlijk, wat als reden wordt opgevoerd om de omgang met de kinderen onmiddellijk te stoppen. Of de beschuldiging echt is of niet en of er misschien sprake is van ouderverstoting kan alleen gedegen onderzoek uitwijzen dat gericht is op waarheidsvinding. Juist daar laten jeugdbeschermers, politie en Openbaar Ministerie vaak grote steken vallen waardoor de ouder in kwestie zijn of haar kinderen – ten onrechte – niet meer te zien krijgt.
De ex-partner van Frans beschuldigde hem van mishandeling en verkrachting gedurende hun relatie van ruim twintig jaar. Dat deed ze pas nadat Frans de relatie had beëindigd omdat zij vreemdging. De kinderen woonden bij hem en zagen hun moeder bijna dagelijks, maar dat was kennelijk niet naar haar zin. De ex doet meerdere aangiftes bij de politie waar ze vertelt dat ze jarenlang door Frans werd vernederd, geschopt, geslagen en misbruikt. Uit vrees voor haar leven zou ze uiteindelijk zijn gevlucht. De kinderen moest ze noodgedwongen achtergelaten bij hun gewelddadige vader.
De zedenrechercheurs twijfelen geen moment over het waarheidsgehalte van de schrijnende verhalen van de ex. Ze zijn zo overtuigd van hun eigen kennis en ervaring dat ze, zonder verder onderzoek te doen, zeker weten dat de aangiftes echt zijn. Frans wordt gearresteerd en de kinderen worden door de politie aan hun moeder overgedragen. Vanaf die dag wonen ze bij haar en Frans krijgt ze niet meer te zien.
Dat heilige geloof in het vermogen om de waarheid te zien zonder bewijsmateriaal of zelfs tegen het aanwezige bewijs in, blijkt typisch iets voor waarheidsvinders. Ton Derksen, auteur van Het O.M. in de fout, noemt deze speciale antenne het Magische Oog. Politiemensen, OM-ers en rechters hebben volgens Derksen de neiging om te denken dat ze aan het gedrag van een verdachte, getuige of (valse) aangeefster kunnen zien of die wel of niet de waarheid spreekt. Ze hoeven daar niet naar op zoek te gaan, ze zijn waarheidsziener.
Officier van justitie Josien van Aken bij wie het dossier van Frans terecht komt nadat het ruim twee jaar ergens op het Openbaar Ministerie in een diepe lade lag, heeft ook zo’n Magisch Oog waarmee ze kan zien wie de waarheid spreekt. In plaats van met een frisse en objectieve blik het strafdossier te bestuderen, voert de officier verschillende gesprekjes met de ex en ziet vervolgens precies hoe het zit; Fabiana spreekt de waarheid en Frans is schuldig. Dat er in het strafdossier geen enkel bewijs te vinden is voor de doorzichtige leugens en de tegenstrijdige verhalen van de ex, maakt blijkbaar niet meer uit. Mogelijk heeft de officier het strafdossier zelfs nooit gelezen. Tijdens de vele ontmoetingen met de ex vertrouwt ze gewoon blindelings op haar vermeende zienersoog. Dat heeft haar nog nooit in de steek gelaten…
Vanaf dat moment behartigt de officier fanatiek de belangen van ‘haar’ slachtoffer. Ze spant samen met de ex van Frans en helpt om het contact tussen hem en de kinderen zo zwaar te frustreren dat hij geen deel meer kan uitmaken van hun leven. Daarvoor heeft de officier geen enkel argument. Ze baseert zich slechts op haar Magische Oog en handelt vanuit geloof, onderbuikgevoel, indruk, interpretaties, beleving en haar eigen fantasie. Later zal de officier zeggen dat ze er bewust voor koos om tijdens de zitting bij de meervoudige kamer een sfeerplaatje neer te zetten.
Volgens de officier leefde Fabiana jarenlang in een ‘ware hel’ en was ze ‘gegijzeld in een nachtmerrie’. Frans wordt afgeschilderd als een monster dat het gezin terroriseerde. De officier verwijt hem dat hij zijn kinderen inzet in de strijd. Volgens haar verdient hij het niet om zelfs maar in hun buurt te komen. Ten eerste was er helemaal geen strijd en ten tweede had Frans op dat moment zijn kinderen al drie jaar niet gezien omdat zijn ex dat tegenhield. Met geen woord rept officier Josien van Aken over het vreemdgaan van de ex, haar spijt en de innige wens om het goed te maken met Frans.
Ondanks de even verwoede als verwerpelijke pogingen van de officier om Frans veroordeeld te krijgen en hem een langdurig contactverbod met zijn kinderen te laten opleggen, gaat de rechtbank daar niet in mee. Frans wordt vrijgesproken. De officier gaat niet in hoger beroep. ‘De zaak zou alleen maar verder gaan knellen,’ geeft ze later toe. Kennelijk was de officier toch minder overtuigd van zichzelf en haar Magische Oog, dan dat ze tijdens de zitting deed voorkomen.
Toch zijn de gevolgen inmiddels dramatisch, want de ex kreeg door de opeenstapeling van fouten bij politie en OM ruimschoots de tijd om de kinderen tegen Frans op te zetten. Door nalatigheid van het OM en een officier die zich liet misleiden door de manipulatieve praatjes van een wraakzuchtige en (psychisch) instabiele ex, is twee jonge kinderen hun vader afgenomen. Juist in de periode waarin hun identiteit wordt gevormd en ze beide ouders hard nodig hebben, moesten zij onnodig vaderloos opgroeien.
De ernstige gevolgen daarvan zijn al jaren zichtbaar. Dat Frans van het ene op het andere moment uit het leven van zijn kinderen verdween, was voor hen ronduit traumatisch. Sindsdien worstelen zij met allerlei problemen op sociaal, emotioneel en relationeel vlak.
Ouderverstoting kan nooit volledig tot ontwikkeling komen zonder de ‘hulp en steun’ van zogenaamde bontgenoten of medestanders. De verstoter heeft een neus voor professionals die onwetend zijn van ouderverstoting en zich daardoor vrij eenvoudig voor hun karretje laten spannen. Nagelaten wordt om gedegen onderzoek te doen en te kijken wat er werkelijk speelt. Zonder het te beseffen werken deze professionals mee aan kindermishandeling. Officier van justitie Josien van Aken in dit blog is daar een goed voorbeeld van.
In mijn boek over ouderverstoting dat begin volgend jaar uitkomt ga ik uitgebreid in op valse beschuldigingen en de rol van medestanders in het vervreemdingsproces. Kijk hier voor meer informatie.
en het wetsvoorstel van minister Grapperhaus voor nieuwe strafbaarstellingen van ‘seks tegen de wil’ en ‘seksuele intimidatie’
De #Metoo-beweging maakte veel los. Slachtoffers van seksuele intimidatie en misbruik werden aangemoedigd om hun ervaringen te delen, erover te praten en misstanden te melden. Dat is een goede zaak. De onthullingen en discussies in de media maken ons ervan bewust dat twee personen een voorval of vrijpartij totaal verschillend kunnen interpreteren. Wat de een ziet als een gezellige avond, kan de ander – soms pas (veel) later – ervaren als verkrachting. Hij of zij heeft achteraf spijt of wil iets verbergen. Tussen deze twee extremen zit een groot grijs gebied. Wat is waarheid, welk verhaal klopt of hebben ze misschien allebei een beetje gelijk? En wat als de beschuldiging vals blijkt te zijn of de aangifte van misbruik is gedaan uit wraak, bijvoorbeeld na een scheiding om de ex-partner te treffen?
Dit laatste komt veel vaker voor dan leken denken, met enige regelmaat zelfs, zegt Kim Lens van de Universiteit Tilburg. ‘Het zijn voornamelijk vrouwen die bij een vechtscheiding de volledige voogdij proberen te krijgen over hun kind en om die reden liegen dat zij of hun kind is misbruikt.’ Als er aangifte is gedaan, is het aan de politie om te onderzoeken of de beschuldigingen terecht zijn of niet. Rechercheurs kunnen het onderscheid tussen een echte en een valse zedenaangifte niet altijd goed maken, zegt rechtspsycholoog André De Zutter van de Vrije Universiteit Amsterdam. Volgens De Zutter komen onterechte zedenaangiften, vergeleken met andere misdrijven, vaak voor. Als die worden gedaan rondom een scheiding is de beschuldiging in 90 – 95% van de gevallen onterecht.
In de zaak van Frans blunderde de politie ook bij het beoordelen van de valse aangifte van seksueel misbruik die zijn ex-partner tegen hem deed. Zij handelde overduidelijk uit wraak omdat Frans de relatie had beëindigd toen hij ontdekte dat zij vreemdging. Met de aangiftes wilde ze haar vreemdgaan verdoezelen en zich de kinderen toe-eigenen die na de scheiding bij Frans woonden. Maar in plaats van de beschuldigingen te onderzoeken en het motief voor de aangifte na te gaan, ging de politie kritiekloos mee in haar leugens.
Als de politie eenmaal in die tunnel zit, is er nauwelijks nog een weg terug. Niet alleen voor Justitie zelf, maar ook niet voor het vermeende slachtoffer. Die komt, als de stap naar een aangifte eenmaal is gezet, op een ‘point of no return’. Om geloofd te worden komt er iedere keer een schepje bovenop; de verhalen worden almaar groter en ernstiger waardoor het steeds moeilijker wordt om – zonder gezichtsverlies – nog op de onterechte beschuldigingen terug te komen.
‘Seks is een machtig wapen en de van seksuele intimidatie of verkrachting beschuldigde man lijkt bij voorbaat kansloos. Voordat hij zich heeft kunnen verdedigen is hij meestal al veroordeeld,’ schreef oude advocaat Chris Veraart twintig jaar geleden al in ‘Valse zeden’. Zedenrechercheurs, maar ook officieren van justitie scharen zich gemakkelijk achter het vermeende slachtoffer en gedragen zich als hulpverlener in plaats van objectieve waarheidsvinders. In het verhaal van de verdachte zijn ze niet geïnteresseerd. Ze weten al dat hij de dader is, vaak zonder dat er ook maar één onderzoekshandeling is verricht. Juist omdat het bewijs in zedenzaken zo flinterdun is zou je verwachten dat politie en Openbaar Ministerie uiterst zorgvuldig te werk gaan bij het achterhalen van de waarheid. Niets is minder waar. Volgens Chris Veraart laten (zeden)rechercheurs en officieren van Justitie zich te gemakkelijk leiden door emoties, het morele gelijk en scoringsdrift.
Een rechter: ‘Het risico dat je iemand onterecht veroordeelt, is in zedenzaken groter omdat er vaak maar weinig bewijs is.’ Het gaat erom valse van echte aangeefsters/aangevers te kunnen onderscheiden. Daarmee zijn niet alleen de onterecht beschuldigden, maar ook de echte slachtoffers van seksueel misbruik gebaat.
Zedendelicten zijn zeer stigmatiserend, zegt Kai Lindenberg, hoofddocent straf(proces)recht aan de Universiteit van Groningen. ‘Het zal je maar gebeuren dat iemand zoiets over je naar buiten brengt, terwijl het niet waar is. Je bent in feite al schuldig bevonden. Het vervelende is, is dat er ook valse aangiften worden gedaan. Beide kanten van seksueel misbruik werken ontwrichtend.’ Daar komt bij dat onterechte zedenaangiften zelden worden vervolgd. Dit terwijl Landelijk zedenofficier van justitie Eva Kwakman al in 2012 beterschap beloofde en zei dat Justitie voortaan altijd vervolging zal instellen bij een valse aangifte van een zedenmisdrijf. Tot nu toe is daar niets van terechtgekomen.
Met dat in het achterhoofd is het wetsvoorstel van minister Grapperhaus ronduit beangstigend omdat het de deuren nog verder openzet voor kwaadwillende exen hun de strijd om de kinderen.
Een ding staat vast, of ze nu echt zijn of vals, bij zedendelicten zijn geen winnaars en verliezers, alleen maar beschadigde, verdrietige en getraumatiseerde mensen. Alle aangiften rondom seksueel misbruik moeten serieus genomen worden, zegt Kim Lens van de Universiteit Tilburg. ‘Zulke dingen horen niet te gebeuren. Maar we moeten onze ogen ook niet sluiten voor onterecht beschuldigde mensen.’
Wijst de politiek ze op hun verantwoordelijkheid?
Het Openbaar Ministerie beloofde beterschap. Aan de ‘emotionele benadering’ van zedenzaken moest een einde komen en waarheidsvinding kwam weer voorop te staan. Dat was in 1999 nadat in enkele geruchtmakende misbruikzaken alle beschuldigingen achteraf onterecht bleken. Én nadat er steeds vaker berichten verschenen over gescheiden vaders die valselijk van incest waren beschuldigd door hun ex-vrouw. Schrijnende verhalen van gewone, rechtschapen vaders die zo uit het leven van hun kinderen werden geschrapt. Twintig jaar later is er van die mooie belofte van het OM niets terechtgekomen.
Een scène. De ex-vrouw van Koos beschuldigde hem van seksueel misbruik van hun 6-jarige dochter. Na onderzoek blijkt er niets aan de hand te zijn, de enige bron van het verhaal is zijn ex. De kinderen van Koos, pubers inmiddels, willen geen contact met hem. Ze geloven hun moeder die volhoudt dat de dochter door hem is misbruikt. De aanklacht van Koos tegen zijn ex, wegens een valse aangifte, leidde tot niets. ‘Zij leeft vrolijk door, maar ze heeft mijn leven kapot gemaakt,’ zegt Koos. ‘Ik wil niet dat ze daarmee wegkomt.’
Maar ze komen er wel mee weg, nog steeds. Het verhaal van Koos dateert uit 2008. In die periode kwam de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken (LEBZ)* naar buiten met opzienbarende conclusies over beschuldigingen van seksueel misbruik na scheiding.
In 95% van de gevallen bleek de beschuldiging nergens op gebaseerd. ‘De aangifte wordt gebruikt als wapen in de strijd tussen de voormalige echtelieden. Een dergelijk opvoedingsklimaat is schadelijk voor een kind. De kinderen krijgen loyaliteitsconflicten, worden blootgesteld aan zeer stressvolle omstandigheden en krijgen een slachtofferidentiteit aangepraat,’ aldus de Expertisegroep. Dat is klare taal en precies wat er speelt bij ouderverstoting. Maar tot op de dag van vandaag lijken politie en Openbaar Ministerie (OM) daar niet aan te willen.
Moeders die na een scheiding hun ex vals beschuldigen van mishandeling of (kinder)misbruik krijgen nog steeds het voordeel van de twijfel. ‘Ze zijn soms verschrikkelijk overstuur en moeten vreselijk huilen,’ weet de Expertisegroep, ‘terwijl achteraf blijkt dat ze over alles hebben gelogen.’ Toch worden deze valse aangeefsters niet vervolgd. Ondanks ferme taal van officier van justitie Eva Kwakman bij de NOS in 2012 dat het OM voortaan altijd vervolging instelt bij een valse zedenaangifte.
Daar is tot nu toe niets van gebleken. Justitie blijkt grote moeite te hebben met het herkennen van die verzonnen beschuldigingen. Recent onderzoek door rechtspsycholoog André De Zutter laat zien dat ervaren zedenrechercheurs en officieren van justitie een valse (zeden)aangifte nauwelijks van een echte kunnen onderscheiden.
Bij complexe scheidingen waar (mogelijk) ouderverstoting speelt, komt het geregeld voor dat één ouder de andere beschuldigt van mishandeling of (kinder)misbruik en daarvan aangifte doet. Het is een tactiek in de haatcampagne tegen de ex-partner met als doel die uit het leven van de kinderen te verdrijven. Meestal met succes want de signalen van deze problematiek worden door politie, OM en hulpverleners nauwelijks herkend. Niemand grijpt in of liever gezegd durft in te grijpen. Terwijl dat, volgens psychotherapeut Ad Oud, essentieel is. ‘Hoe eerder er ingegrepen wordt, hoe beter.’
Ouderverstoting is een teken van giftig ouderschap, zegt Oud. Op het moment dat een kind een ouder daadwerkelijk verstoot, dan is er al heel veel beschadigd. Als niemand iets doet gaat de vergiftiging vaak nog jaren door.
Bij de ouder die de beschuldigingen uit, is veelal sprake van een (narcistische, borderline of anti-sociale) persoonlijkheidsproblematiek of heeft kenmerken daarvan, weet Oud. Karakteristiek is dat zij zich heel charmant, sociaal, warm en vriendelijk kunnen voordoen. Als ouder lijken ze de meest zorgzame, liefdevolle en betrokken vader of moeder die een kind zich maar kan wensen. Maar dat is slechts schijn en bedoeld om onwetende hulpverleners, jeugdbeschermers, instanties en andere omstanders op het verkeerde been te zetten. Die laten zich door deze manipulatieve ouder overtuigen van het onvermogen van de ex-partner om voor de kinderen te zorgen, waardoor ze onbedoeld meewerken aan ouderverstoting.
‘Een groot, groeiend maatschappelijk probleem,’ noemt Vrij Nederland op 13 maart jl. de kwestie dat vaders en steeds meer moeders na een scheiding hun kinderen niet meer zien door toedoen van de ex-partner. ‘Hulpverleners en Justitie moeten leren kijken naar het gedrag van de ouders. Ze moeten zo snel mogelijk achterhalen wie de ‘vervreemder’ is, want die moet geholpen worden,’ bepleit psycholoog Heleen Koppejan.
Met het ondervangen van valse aangiften rondom complexe scheidingen zou het OM daar – om te beginnen – een waardevolle bijdrage aan kunnen leveren. Nog meer door de betreffende valse aangeefsters (of aangevers) ook te vervolgen. Daarmee wordt niet alleen een helder signaal afgegeven dat een verzonnen en leugenachtige aangifte niets oplevert, maar het OM komt dan ook eindelijk haar eerdere belofte na.
Experts wereldwijd betitelen ouderverstoting als psychische kindermishandeling en ex-partnergeweld. Toch rept Eva Kwakman, inmiddels Landelijk Officier van Justitie Huiselijk Geweld, Kindermishandeling en Zeden, met geen woord over deze veel voorkomende problematiek. Ondanks haar stelling dat kindermishandeling aangepakt moet worden en dat politie én OM daar een belangrijke taak hebben: ‘Huiselijk geweld en kindermishandeling zijn niet acceptabel; dát moet norm zijn in onze samenleving’ en ‘De inzet van politie en justitie is in dit geheel van groot belang.’
Des te opmerkelijker dat het OM geen noodzaak ziet om kennis te vergaren over deze specifieke vorm van kindermishandeling en afgaat op instanties waarmee wordt samengewerkt, zoals Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming. Echter daarvan is bekend dat hun kennis en kunde op het gebied van ouderverstotingsproblematiek vaak ook tekortschiet. Situaties waar (mogelijk) ouderverstoting speelt worden niet herkend en afgedaan als ordinaire vechtscheiding. Het psychische geweld richting de kinderen en ex-partner blijft daardoor onzichtbaar. Maar erger, het gezin wordt niet geholpen.
Volgens Paul van den Eshof, coördinator van de LEBZ, ontstaat er een kruitvat door de combinatie (echt)scheiding, conflicten over de kinderen en psychische problematiek. Het is volgens hem essentieel om snel naar een zaak te kijken. ‘Dan kun je het onderzoek bijsturen of de vervolging staken voor een onschuldige bij de rechter staat.’ Van den Eshof zei dit al in 2008, maar het OM kijkt weg wanneer het misgaat en zo’n kruitvat ontploft. Dat gebeurt nogal eens, gezien de 16.000 kinderen die jaarlijks na een scheiding het contact met een van de ouders verliezen.
De zaak van Frans is exemplarisch voor de bedenkelijke moraal van het OM als achteraf blijkt dat de beschuldigingen na de scheiding vals zijn. Frans werd zeer gemotiveerd vrijgesproken en de zaaksofficier van justitie Josien van Aken ging niet in hoger beroep. Naast de LEBZ toonde wetenschappelijk onderzoek aan dat zijn ex in haar verklaringen alles bij elkaar had gelogen en er vooral op uit was om zich de kinderen toe te eigenen. Wat overigens, met dank aan het OM, uitstekend is gelukt.
Frans deed uitgebreid aangifte tegen zijn ex, met objectief bewijs. Maar in plaats dat het OM de ex aanspreekt op haar bedrieglijke gedrag en haar vervolgt voor de evident valse beschuldigingen, wordt haar halsstarrig de hand boven het hoofd gehouden. Volgens het OM ziet iedereen het verkeerd en heeft de ex in haar (valse) aangiften alleen maar haar beleving van de drieëntwintig jaar dat ze met Frans samen was weergegeven. Deze wel heel bijzondere conclusie vat het OM als volgt samen: ‘Uit de stukken blijkt dat [naam ex] in haar aangiften haar beleving van de relatie met u heeft verwoord. Het feit dat u de relatie op een andere wijze heeft beleefd, maakt niet dat daaruit geconcludeerd kan worden dat hetgeen door [naam ex] is verklaard als onwaar kan worden aangenomen.’
Over emotionele benadering en waarheidsvinding gesproken…
Vaststaat dat Frans zijn kinderen is kwijtgeraakt door de valse aangifte van zijn ex en de opeenstapeling van fouten door politie en OM daarna. De ex kreeg zo alle gelegenheid om de kinderen van Frans te vervreemden. Er is al jaren geen contact en zijn kinderen staan niet open voor hun vaders kant van het verhaal. Reden waarom Frans het OM – als veroorzaker van alle ellende – vraagt verantwoordelijkheid te nemen en zijn inmiddels volwassen kinderen in een gesprek uitleg te geven over de onterechte arrestatie van hun vader en alles wat hem daarna is overkomen. Het OM durft dat niet aan en wil alleen een brief schrijven die Frans ‘zelf maar’ moet doorsturen naar zijn kinderen. Dit overigens tegen het uitdrukkelijke advies in van een expert op het gebied van ouderverstoting. Zij geeft het OM gemotiveerd aan dat gezien de ernstig verstoorde relatie tussen Frans en zijn kinderen, een dergelijk brief niet de juiste weg is en eerder averechts zal werken.
De brief is verachtelijk en duidelijk niet bedoeld om Frans en zijn kinderen te helpen. Na al het onderzoek en bewijs dat de aangiftes van de ex vals waren, Frans nooit gearresteerd en vervolgd had mogen worden en excuses daarvoor van de minister, is het schandalig wat er op papier is gezet. Dit nog wel namens het College van procureurs-generaal.
Iedere medemenselijkheid en vooral volwassenheid ontbreekt. De brief laat vooral zien wat een ongelooflijk slechte verliezer het OM is. Geen woord over de onterechte aanhouding in het openbaar waar het zoontje (toen 7 jaar) van Frans nota bene bij was. Geen woord over de zes weken die Frans onterecht in de gevangenis zat en de onterechte vervolging daarna. Maar ook geen woord over de fouten die zijn gemaakt waardoor Frans buiten zijn schuld het contact met zijn kinderen verloor.
Wel staan er allerlei niet-relevante en zelfs leugenachtige details in de brief die het negatieve en niet-realistische beeld dat de kinderen door hun moeder over Frans is aangepraat alleen maar bevestigt. Ronduit bespottelijk zijn de beweringen dat Frans met kaartjes wat mislukte pogingen zou hebben gedaan om zijn kinderen te benaderen. ‘Verdrietig, dat dit tot nu toe niet goed is gelukt ‘ durven ze te schrijven.
Het is de vraag wat überhaupt het idee is achter deze respectloze brief. Het OM weet echt wel beter. In de vele persoonlijke gesprekken die we de afgelopen jaren voerden met het Parket-Generaal nam het OM wel degelijk verantwoordelijkheid voor het contactverlies tussen Frans en zijn kinderen en werd hulp geboden. Aansprakelijkheid is ook allang erkend. Waarom het OM het dan toch nodig vindt om in de begeleidende mail te vermelden dat de brief niet moet worden opgevat als standpunt is onbegrijpelijk en niet aan de orde. ‘Hierbij zend ik u zoals afgesproken de brief die wij op uw verzoek hebben opgesteld. U wilt deze brief doorsturen aan uw kinderen in de hoop dat zij na lezing van deze brief bereid zullen zijn naar uw kant van het verhaal te luisteren. We hechten er wel aan te benadrukken dat wij deze brief hebben geschreven tegen de hiervoor vermelde achtergrond. Deze brief bevat geen standpuntbepaling in de aansprakelijkheidszaak en dient zo ook niet te worden opgevat.’
Tot slot laat het OM ook deze keer de gelegenheid niet voorbijgaan om twijfel te zaaien over de vrijspraak van Frans zoals ze dat de afgelopen jaren meerdere keren in de media ook deed. De brief die bedoeld was om een eerste (kleine) stap te zetten richting contactherstel tussen Frans en zijn kinderen, voelt vooral als een harde trap na. Dit is dan de organisatie die zogenaamd de waarheid hoog in het vaandel heeft staan en direct verantwoordelijk is voor de nachtmerrie waarin Frans al dertien jaar zit.
De brief sluit positief af, dat moet dan ook wel gezegd worden:
‘Ik spreek de wens uit dat, wanneer zij deze brief lezen, er bij hen ruimte ontstaat om een gesprek met u aan te gaan, zodat u de gebeurtenissen vanuit uw kant kunt belichten.’
Overbodig te vermelden dat Frans de brief nooit naar zijn kinderen heeft gestuurd…
*) De Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken (LEBZ) beoordeelt – met een team van specialisten – aangiften van seksueel misbruik waarover twijfel bestaat en adviseert officieren van justitie over het al dan niet voortzetten van de vervolging van de beschuldigde.
Vorige week vertelde Frans bij RTL Late Night over de gevolgen van de valse aangifte door zijn ex. Het achtervolgt hem al ruim twaalf jaar. Hij werd vrijgesproken, maar verloor het contact met zijn kinderen. De officier van justitie die probeerde om Frans met leugens en vals bewijs toch te laten veroordelen, is nooit bestraft. Tot aan de minister wordt haar de hand boven het hoofd gehouden. Frans in de uitzending tegen Twan Huys: ‘In het vonnis van de rechtbank staat gewoon dat de officier van justitie heeft gelogen, het staat zwart op wit en daar gebeurt niks mee en dat is natuurlijk bizar.’
Wat staat er in het vonnis en waarover liegt de officier van justitie nou precies?
De politie schreef destijds in het proces-verbaal dat Frans een bekentenis zou hebben afgelegd over mishandeling van zijn ex-vrouw, terwijl hij altijd alle beschuldigingen heeft ontkend. Uit de verhoortapes die Frans samen met zijn advocaat had beluisterd, bleek dat ook. Toch voerde de officier van justitie op de zitting die zogenaamde bekentenis op als belangrijkste bewijs om tot een veroordeling te komen. Ze zegt letterlijk tegen de rechtbank (citaat uit het requisitoir): ‘De verdediging betwist na het beluisteren van de verhoren dat verdachte zou hebben verklaard dat er wederzijds klappen zijn gegeven. Ik heb zelf de banden beluisterd. Ik heb het verdachte echt horen zeggen!’
De rechtbank luisterde zelf ook naar de verhoortapes en zegt daar in het vonnis van 29 april 2009 dit over (citaat): ‘De officier van justitie heeft het opgenomen verhoor (van verdachte) van 21 februari 2006 uitgeluisterd en naar haar mening komt de verbatim uitwerking overeen met het verhoor. De raadsman heeft dat verhoor ook uitgeluisterd en meent dat de uitwerking juist niet overeenkomt met de verklaring die verdachte aflegde. Daarom heeft de rechtbank dit verhoor eveneens uitgeluisterd en heeft geconstateerd dat de verbatim uitwerking inderdaad niet overeenkomt met hetgeen verdachte verklaarde.’
Over ander ‘bewijs’ dat de officier van justitie tijdens de zitting opvoert om het vermeende seksueel misbruik aan te tonen, spreekt de rechtbank ook klare taal in het vonnis (citaat): ‘Verdachte heeft op de zitting (met gesloten deuren) van een van de films, waaruit de officier van justitie haar bewijs put, het geluid laten horen. Daaruit bleek de rechtbank dat, anders dan de officier van justitie veronderstelt, er in ieder geval op dat moment geen sprake was van een respectloze, ongelijkwaardige situatie.’
Over deze letterlijke citaten is geen twijfel mogelijk: officier van justitie Josien van Aken heeft de rechtbank voorgelogen! Erger kan niet, zegt hoogleraar rechtspsychologie professor dr. Peter van Koppen daarover in een televisie-uitzending in 2013: ‘De grootste doodzonde die je als officier van justitie kunt doen is liegen. Want de rechter moet op die officier kunnen afgaan. Daar zijn allerlei goede redenen voor. Belangrijkste is dat in Nederland het vooronderzoek van de politie centraal staat in het strafproces. Dat betekent dat de officier van justitie kritisch moet zijn op politie. En dat betekent ook dat als de officier van justitie iets zegt op de zitting, dat iedereen ervan uit moet kunnen gaan dat dat waar is. Dat is zo’n centraal onderdeel van het strafrecht. Als de officier dat niet doet dan stort het hele strafrecht in…’
Aansluitend op de tv-uitzending reageert hoofdofficier van justitie Hugo Hillenaar in een live studiogesprek op de uitspraken van professor Van Koppen. Let wel, Van Koppen en zijn team op de Universiteit Maastricht deden een jaar lang onderzoek naar de zaak van Frans. Het Openbaar Ministerie onderzocht zelf helemaal niets, nooit! Hoofdofficier Hillenaar: ‘Met deze conclusies heb ik echt heel erg veel moeite. Want als je ziet waarop deze conclusies gebaseerd zijn, dan ben ik het echt absoluut niet eens met de conclusies die getrokken worden. En daar heb ik een aantal argumenten voor. Als je gaat kijken naar het vonnis, want de conclusies van Van Koppen worden getrokken op basis van een passage in het vonnis. Dan zie je dus dat de rechtbank deze conclusies niet trekt. Je moet hier echt wel heel zorgvuldig lezen. De professor en de advocaat die lezen echt veel te veel in het vonnis. En daarmee vind ik dat het ook echt wel beschadigend werkt naar de officier toe en naar het Openbaar Ministerie toe.’
Maar Hillenaar gaat nog een stap verder: ‘Nou ja, als ik naar mijn officier ga kijken dan ben ik echt van mening dat Van Koppen er naast zit. Er is geen sprake van leugenachtigheid. Zij heeft…, achteraf gezien, achteraf gezien hè…, dan hadden we in deze zaak andere keuzes gemaakt.’
Niet alleen de hoofdofficier, maar ook de minister houdt de liegende officier de hand boven het hoofd. Klakkeloos wordt het twijfelachtige en niet onderbouwde standpunt van het Openbaar Ministerie overgenomen. In zijn brief van 10 april 2013 schrijft toenmalig minister Opstelten aan de Tweede Kamer onder andere: ‘De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, op grond van de (verhoor)opnames op de minidisks en het proces-verbaal van de verhoren, tot het oordeel gekomen dat de betreffende verklaring van verdachte geen rol van betekenis kan vervullen voor het bewijs. In deze overwegingen van de rechtbank kan naar mijn oordeel niet worden gelezen dat zij van oordeel is dat de officier van justitie heeft gelogen tegen de rechtbank.’
Dat is een opmerkelijke uitspraak, zeker voor een jurist, want dat stelt de rechtbank nu juist wel! Over goed lezen gesproken… Hoofdonderzoeker dr. André De Zutter uit het team van professor Van Koppen legt het minister Opstelten in een brief van 12 april 2013 nog even haarfijn uit (citaat): ‘Op die manier bevestigde de officier van justitie met haar eigen waarneming de inhoud van het proces-verbaal. Zij verklaarde zelf de verhoren te hebben beluisterd en zodoende de waarachtigheid van het proces-verbaal te hebben vastgesteld. De advocaat van Frans betwistte voor de rechtbank die lezing. Hij zei dat ook hij de banden beluisterde en helemaal geen bekentenis of iets dat daarop leek had gehoord. Nu ik dit schrijf is het inmiddels onmogelijk geworden om de verhoren nog uit te luisteren omdat de opnames zijn vernietigd. Dat gebeurde in opdracht van dezelfde officier van justitie op 2 juli 2009, een maand nadat door Frans op 25 mei 2009 aangifte was gedaan van het doen van valse aangifte door zijn ex-vrouw. Vlak daarna heeft Frans een klacht ingediend over het opsporingsonderzoek en de handelswijze van de zedenrechercheurs. Een onderdeel van de klacht ging over ongeoorloofde druk tijdens de verhoren, waardoor de opnames van de verhoren als bewijsmateriaal voor de klachtzaak zouden kunnen worden beschouwd. De verhoren kunnen niet meer worden beluisterd. Daarom moet men over de inhoud van de verhoren vertrouwen op het vonnis van de rechtbank op 29 april 2009 die het dispuut over welke partij de waarheid geweld aan deed als volgt beslechtte: ‘De officier van justitie heeft het opgenomen verhoor van 21 februari 2006 uitgeluisterd en naar haar mening komt de verbatim uitwerking overeen met het verhoor. De raadsman heeft dat verhoor ook uitgeluisterd en meent dat de uitwerking juist niet overeenkomt met de verklaring die verdachte aflegde. Daarom heeft de rechtbank dit verhoor eveneens uitgeluisterd en heeft geconstateerd dat de verbatim uitwerking inderdaad niet overeenkomt met hetgeen verdachte verklaarde.’ Dit zijn heldere woorden van de rechtbank lijkt mij,’ aldus De Zutter.
Maar de minister houdt voet bij stuk. Dat er grote fouten zijn gemaakt staat vast, maar van liegen is volgens hem geen sprake. Als enige, want alle tijdens het debat op 22 mei 2013 aanwezige Kamerleden vinden dat de officier van justitie heeft gelogen en dat sancties moeten volgen. Minister Opstelten: ‘Ik noem het niet liegen. Ik weeg de feiten die in het vonnis staan. Ik verbind daar geen nadere kwalificaties aan, want het spreekt voor zich. Het is wel duidelijk dat er voor de rechter aanleiding was om de uitspraak te doen die hij heeft gedaan.’ En dat was, voor alle duidelijkheid, vrijspraak. Een zeer gemotiveerde vrijspraak zelfs, die door de rechtbank helder wordt verwoord in een voor het Openbaar Ministerie vernietigend vonnis. Die ging dan ook wijselijk niet in hoger beroep.
De volgende dag benadrukt professor Van Koppen bij BNR Nieuwsradio nog eens de ernst van zaak: ‘De officier van justitie zegt in haar requisitoir: ‘Nou, ik heb vanochtend die band nog afgeluisterd en ik heb hem die bekentenis horen afleggen, punt en u kunt dit als bewijs gebruiken’. Waarop de rechtbank zich gedwongen voelt om zelf naar het verhoor te gaan luisteren en constateert dat de officier heeft staan liegen, namelijk dat hij niet heeft bekend! De volgende stap is dat die man vervolgens vrijgesproken wordt. Daar ging gisteren het Kamerdebat over en uiteindelijk was het af en toe ook nog bijzonder geestig, eerlijk gezegd. Vrijwel alle fracties waren het erover eens dat deze officier had staan liegen en de enige die echt tegenstribbelde was de minister van Justitie, de heer Opstelten die anderhalf uur draaide om maar niet te hoeven zeggen dat deze officier van justitie had staan liegen. Het enige dat ik me uiteindelijk afvraag is, wat is nu het belang van de minister om tot het gaatje de hand boven het hoofd van een liegende officier te houden? De kern van de zaak is niet zo zeer of deze mevrouw wel of niet heeft staan liegen. Waar het om draait is dat we een schriftelijk strafproces hebben in Nederland, dat vooral gebaseerd is op het dossier. Degene die verantwoordelijk is voor de integriteit van het dossier is de officier van justitie. Dus als die iets zegt dan moeten we daar in Nederland in de vorm van het strafproces dat wij hebben, altijd op af kunnen gaan. Als de officier van justitie zegt die pen is rood, dan moet die pen ook rood zijn.’
Van Koppen zegt verder bij BNR dat deze gang van zaken ver boven de zaak van Frans uitgaat: ‘De betreffende officier van justitie zit er nog steeds, dus wordt geaccepteerd dat zij ter terechtzitting heeft gelogen en dat werpt een smet op al haar collega’s. Als publiekelijk niet duidelijk wordt gemaakt dat dit gedrag niet deugt, dan heeft dat tot gevolg dat andere officieren ook niet meer geloofd worden. In de eerste plaats niet door advocaten, maar in de tweede plaats niet door rechters.’
Van Koppen sluit af: ‘Ja, wat kan een officier van justitie erger doen dan liegen, denk ik dan. En de minister die dekt dat toe en zet daarmee in feite het hele Openbaar Ministerie te kakken.’
Het toedekken van fouten van officieren van justitie lijkt in ieder geval bij het parket Zeeland-West Brabant eerder regel dan uitzondering. Uit een recent bericht in BNdeStem blijkt dat officier van justitie Lucas van Delft die in 2015 werd geschorst omdat hij een bedreiging aan zijn eigen adres in scene had gezet, niet strafrechtelijk is vervolgd en inmiddels gewoon weer aan de slag is als officier van justitie. Veel van zijn collega’s begrijpen niet waarom Van Delft met zo’n lichte sanctie wegkwam.
De liegende officier van justitie in de zaak van Frans werd überhaupt geen sanctie opgelegd, maar kreeg onlangs zelfs een mooie promotie. Ze is nu afdelingshoofd maatwerkzaken bij het Openbaar Ministerie Zeeland-West Brabant. Nota bene de afdeling die zaken behandelt waarbij onder andere sprake is van bijzondere opsporingsbevoegdheden, expertise zoals zeden en persoonsgebonden aanpak.
Overigens werd in deze zaak nog veel meer gelogen en niet door de minsten. Toen de Nationale Ombudsman in 2011 kritische vragen stelde aan het ministerie van Veiligheid en Justitie over het handelen van het Openbaar Ministerie in de zaak van Frans, kwam het antwoord van secretaris-generaal Joris Demmink. Deze liegt in zijn reactie over het bestaan van een contra-expertise van de LEBZ (Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken) waarin expliciet staat dat er geen enkel bewijs is voor de beschuldigingen van de ex tegen Frans. De fouten van de officier van justitie worden door Demmink gebagatelliseerd of ten onterechte in de schoenen van de politie geschoven. Het mag allemaal niet baten, want de Nationale Ombudsman oordeelt uiteindelijk als volgt: Openbaar Ministerie en politie handelen niet professioneel na onterechte vervolging.
En toch lijken ze ermee weg te komen. Ondanks dat wel vaststaat dat Frans op het nippertje is ontsnapt aan een onterechte veroordeling. Tot die conclusie komt ook dr. André De Zutter in zijn onderzoek. Hij zegt: ‘In de zaak van Frans hebben de politie en de officier van justitie geprobeerd om toch tot een veroordeling te komen. Maar toen bleek dat er geen enkele ondersteuning was voor het schuldige scenario, waren ze zelfs bereid om in processen verbaal en ter terechtzitting te liegen. Enkel een oplettende meervoudige kamer en een goede verdediging hebben Frans kunnen redden van een veroordeling, zodat een gerechtelijke dwaling werd voorkomen.’
]]>Vijf procent van de aangiftes van verkrachting is vals, blijkt uit promotieonderzoek van rechtspsycholoog André de Zutter. Ook Frans werd valselijk beschuldigd van seksueel misbruik. Zijn ex deed in 2006 aangifte, ongeveer een halfjaar nadat hun relatie was geëindigd. Gisteravond deed Frans zijn verhaal bij RTL Late Night.
RTL Nieuws 18 september 2018
Frans had ‘een bovengemiddeld goede relatie’ met zijn ex, toen die in september 2005 na 23 jaar samenzijn eindigde. Zijn vriendin was met een ander naar bed gegaan en had hem tot overmaat van ramp een geslachtsziekte bezorgd.
Bijna een halfjaar later beschuldigde ze Frans ook nog eens van mishandeling en verkrachting. Zes weken lang zat hij vast in voorarrest. Pas na 3,5 jaar werd hij vrijgesproken en daarmee gezuiverd van alle blaam. Lees verder en bekijk de uitzending →
De ex van Frans beschuldigde hem van mishandeling en verkrachting. Dat deed ze nadat Frans de relatie had beëindigd toen hij ontdekte dat zij vreemdging. Ruim twintig jaar waren ze samen geweest. Een leuk gezin met twee jonge kinderen valt uit elkaar. Maar volgens haar aangifte was ze gevlucht en had ze al die jaren in een hel geleefd; ze was vernederd, geschopt, geslagen en misbruikt. Politie en Openbaar Ministerie twijfelen geen moment aan haar verhalen: Frans wordt gearresteerd en vervolgd. Zijn leven is verwoest. Later toont onderzoek door de Universiteit Maastricht aan dat de aangifte van de ex onomstotelijk vals is. Zo wilde ze haar vreemdgaan verdoezelen en kon ze zich de kinderen toe-eigenen.
Hoe konden politie en OM de plank zo misslaan?
Ervaren zedenrechercheurs zijn niet beter in het onderscheiden van echte en valse aangiften van verkrachting dan beginnende agenten of leken. Dat blijkt uit een experiment van rechtspsycholoog André De Zutter. Hij ontdekt ook een belangrijk verschil: de ervaren zedenrechercheurs zijn veel zekerder van hun oordeel dan de twee andere groepen. En daar schuilt het gevaar, want training of ervaring maakt (politie)mensen niet beter in het herkennen van een echte en een valse aangifte. Wel creëert ervaring te veel zelfvertrouwen waardoor ervaren zedenrechercheurs denken genoeg kennis te hebben om de valse verklaringen eruit te kunnen filteren. Maar in de praktijk doen ze het niet beter dan leken, zegt De Zutter en kun je net zo goed een muntje opgooien.
Ook in de zaak van Frans blunderden ervaren zedenrechercheurs door de aangifte van zijn ex zonder meer voor waar aan te nemen. Ze waren zo overtuigd van hun eigen kennis en kunde dat ze, zonder de beschuldigingen te onderzoeken, zeker wisten dat de aangifte echt was. Door de slachtoffergerichte aanpak werden de signalen van een (mogelijk) valse aangifte niet opgepikt. Informatie of bewijs dat het schuldige scenario tegensprak werd consequent genegeerd. Voor de politie staat vast dat Frans schuldig is: hij wordt tijdens een schooluitje in het openbaar gearresteerd en zijn kinderen die sinds de scheiding bij hem wonen worden plotsklaps door de politie aan zijn ex Fabiana overgedragen. Zij frustreert daarna ieder contact tussen Frans en zijn kinderen; hij krijgt ze niet meer te zien. Later wordt Frans gemotiveerd vrijgesproken, maar zijn leven is geruïneerd.
Samen met collega rechtspsychologen Robert Horselenberg en Peter van Koppen analyseert André De Zutter in 2012 het dossier en de aangiftes van de ex van Frans: ze stellen vast dat die onweerlegbaar vals is. Daarnaast levert de analyse het waterdichte bewijs dat officier van justitie Josien Van Aken met leugens en vals bewijs had geprobeerd om Frans veroordeeld te krijgen. De Zutter: ‘Onze analyse laat een proces zien dat kan worden geïnterpreteerd als een samenzwering om een onschuldige te laten veroordelen voor misdaden die niet gepleegd zijn ofwel als tunnel visie. De politieagenten en de officier van justitie waren er zo van overtuigd dat het een valide aangifte was dat zij bereid waren om de waarheid geweld aan te doen om zo een schuldig scenario te kunnen behouden.’
In het rapport worden maar liefst tien argumenten gepresenteerd die de conclusie ondersteunen dat de aangifte vals is. Deze nog niet eerder gepubliceerde conclusie kun je hier lezen. Ook tonen de onderzoekers aan dat de zedenrechercheurs en zaaksofficier Van Aken zo diep in de tunnel zaten dat ze bereid waren te liegen en bewijsmateriaal opvoerden waarvan ze wisten dat het vervalst was. De bevindingen uit het rapport komen begin 2013 uitgebreid aan de orde in een televisiereportage en zorgen voor veel media-aandacht. Sindsdien staat de zaak van Frans bekend als de Bredase zedenzaak.
André De Zutter doet jarenlang onderzoek naar aangiftes van verkrachting en ontwikkelt een instrument waarmee de politie in een vroeg stadium beter kan inschatten of een aangifte (mogelijk) vals is. In 2018 promoveerde De Zutter op dit onderwerp. In zijn proefschrift beschrijft hij uitgebreid de analyse van het politieonderzoek naar de aangiftes in de zaak van Frans. De Zutter: ‘Deze zaak illustreert perfect het verwoestende effect van een valse aangifte van verkrachting. Tot op dit moment gaat Frans nog steeds gebukt onder de verwoestende gevolgen van een valse aangifte van verkrachting en het daaropvolgende politieonderzoek.’
De veroorzakers kijken tot op de dag van vandaag weg van de gevolgen van hun fouten, terwijl die aantoonbaar ernstig en verstrekkend zijn. Het is twaalf jaar na dato maar Frans heeft zijn kinderen nooit meer gezien en door zijn succesvolle carrière ging een dikke streep. De schade die hij leed als gevolg van de onterechte arrestatie en vervolging is nog altijd niet gecompenseerd. Ondanks toezeggingen door de minister tijdens een Kamerdebat in 2014 dat volgde op Kamervragen over de indringende televisiereportage over de fouten door politie en Openbaar Ministerie. Toenmalige minister van Veiligheid en Justitie Opstelten bood Frans daarvoor excuses aan, maar hield ondanks het overduidelijke bewijs de liegende officier de hand boven het hoofd. Wel stelt de minister tijdens het debat dat een schadevergoeding, die recht doet aan het immense leed van Frans, zeer zeker op zijn plaats is. Maar daaraan is tot nu toe geen gehoor gegeven…
De #metoo campagne heeft veel losgemaakt. Slachtoffers van seksuele intimidatie en misbruik worden aangemoedigd om hun ervaringen te delen, erover te praten en misstanden te melden. Dat is een goede zaak. Die onthullingen en discussies in de media maken ons er ook van bewust dat twee personen een voorval of vrijpartij totaal verschillend kunnen interpreteren. Wat de een ziet als een gezellige avond, kan de ander – vaak pas (veel) later – ervaren als verkrachting. Hij of zij heeft achteraf spijt of wil iets verbergen. Tussen deze twee extremen zit een groot grijs gebied. Wat is waarheid, welk verhaal klopt of hebben ze misschien allebei een beetje gelijk? En wat als de beschuldiging vals blijkt te zijn of de aangifte van misbruik wordt gedaan uit wraak bijvoorbeeld in een (v)echtscheiding om de ex-partner te treffen?
Dit laatste komt veel vaker voor dan leken denken, met enige regelmaat zelfs, zegt Kim Lens onderzoeker en docent aan de Universiteit van Tilburg. ‘Het zijn voornamelijk vrouwen die bij een vechtscheiding de volledige voogdij proberen te krijgen over hun kind en daarom liegen dat zij of hun kind is misbruikt.’ Als er aangifte is gedaan, is het aan de politie om te onderzoeken of de beschuldigingen terecht zijn of niet. Maar uit onderzoek blijkt dat rechercheurs het onderscheid tussen een echte en een valse zedenaangifte helemaal niet goed kunnen maken. ‘Nattevingerwerk’, noemt onderzoeker André de Zutter van de Universiteit Maastricht de manier waarop de politie zedenaangiften beoordeelt. Vergeleken met andere misdrijven komen onterechte zedenaangiften vaak voor, volgens De Zutter. Als die worden gedaan rondom een scheiding is de beschuldiging in 90 – 95% van de gevallen onterecht!
De Nationale politie herkent zich niet in de bevindingen van De Zutter: ‘Als slachtoffers een valse of onjuiste aangifte doen, bijvoorbeeld om iemand te beschermen of om te verhullen dat ze zelf ergens zijn geweest waar ze niet mochten komen van hun ouders, dan komen rechercheurs daar gaandeweg het onderzoek veelal achter.’ Daar zit nu precies het probleem. De Zutter: de politie denkt veel kennis te hebben, maar in de praktijk doen ze het niet beter dan leken. Ook oud-advocaat Chris Veraart zegt in zijn boek ‘Valse zeden’ dat Justitie nauwelijks valse aangiften herkent. Het is een teken aan de wand dat de eerste druk al in 1997 verscheen en er sindsdien niets veranderd is. Nog steeds slaat de politie te vaak de plank mis bij het beoordelen van aangiften van seksueel misbruik, vooral als die worden gedaan rondom een (v)echtscheiding.
Ook in de zaak van Frans blunderde de politie bij het beoordelen van de valse aangiften die zijn ex-partner Fabiana tegen hem deed. Zij handelde uit wraak omdat Frans de relatie had beëindigd toen hij ontdekte dat ze vreemdging. Met de aangiften wilde Fabiana haar eigen vreemdgaan verdoezelen en zich de kinderen toe-eigenen, die na de scheiding bij Frans woonden. Maar in plaats van de beschuldigingen te onderzoeken en het motief voor de aangifte na te gaan, ging de Bredase politie kritiekloos mee in alle leugens en verzinsels. Lees meer daarover in dit blog.
Als de politie eenmaal in die tunnel zit, is er nauwelijks nog een weg terug. Niet alleen voor Justitie zelf; zij maken immers geen fouten, maar ook niet voor het vermeende slachtoffer. Die komt, als de stap naar een valse aangifte eenmaal is gezet en meerdere verklaringen zijn afgelegd, op een ‘point of no return’. Om geloofd te worden komt er iedere keer een schepje bovenop; de verhalen worden almaar groter en ernstiger waardoor het steeds moeilijker wordt om nog op de onterechte beschuldigingen terug te komen. En mocht de aangeefster toch nog twijfelen, dan is daar de politie die haar met raad en daad bijstaat en haar zelfs aanmoedigt de aangifte door te zetten. Daar komt bij dat een zedenaangifte niet kan worden ingetrokken. Dus als de officier van justitie er een zaak inziet, kan hij of zij gewoon overgaan tot vervolging. De denderende trein is nu niet meer te stoppen…
Seks is een machtig wapen en een van seksuele intimidatie of verkrachting beschuldigde man lijkt bij voorbaat kansloos. Zedenrechercheurs, maar ook officieren van justitie scharen zich achter het vermeende slachtoffer en gedragen zich meer als beschermengel en hulpverlener dan als objectieve waarheidsvinders. In het verhaal van de verdachte zijn ze niet geïnteresseerd, tenslotte weten ze al dat hij de dader is, vaak zonder dat er ook maar één onderzoekshandeling is verricht. Juist omdat het bewijs in zedenzaken meestal flinterdun is zou je verwachten dat politie en Openbaar Ministerie uiterst zorgvuldig te werk gaan bij het achterhalen van de waarheid. Niets is minder waar. Volgens Chris Veraart laten (zeden)rechercheurs en officieren van Justitie zich vooral leiden door emoties, het morele gelijk en scoringsdrift.
Tijdens de strafzitting in de zaak van Frans ging officier van justitie mw. mr. Van Aken nog een stap verder. In plaats van de objectieve feiten te presenteren en beide kanten van de zaak te belichten, koos zij partij voor de ex van Frans. Aan de rechters van de meervoudige kamer vertelde de officier een verzonnen verhaal over wat de ex volgens haar had moeten doorstaan en hoe zij jarenlang in een nachtmerrie zou hebben geleefd. De officier baseerde zich op een romannetje wat ze ooit eens had gelezen… Een citaat uit het betoog van de officier: ‘Toen ik het verhaal las, deed het me denken aan de roman ‘the woman who walked against doors’. Een verhaal over een vrouw die in de beslotenheid van haar huis wordt mishandeld en misbruikt. Bij die roman zit echter een komische noot en die is in dit verhaal ver te zoeken. Pas in september 2005 sloot Fabiana de deur van deze gevangenis letterlijk en figuurlijk achter zich. Daarvoor moest zij moed verzamelen en moest zij weer de krachtige vrouw worden die zij eens was.’ Het boek heet trouwens ‘The woman who walked into doors’, maar dat terzijde, de officier had zich in deze zaak al meer ‘vergist’.
Tijdens hetzelfde betoog deinsde de officier er ook niet voor terug om tegen de rechtbank te liegen over een zogenaamde bekentenis die Frans zou hebben afgelegd bij de politie. Gretig als ze was om Frans kost wat kost veroordeeld te krijgen. Als later door hoogleraar rechtspsychologie Peter van Koppen wetenschappelijk wordt aangetoond dat de aangiften evident vals waren, blijft deze ‘liegende officier’ volhouden dat ze haar werk goed gedaan heeft. Haar directe collega officier van justitie mr. J.M. Valente die later de klachten van Frans over de fouten door politie en Openbaar Ministerie bij de behandeling van de aangiften moet beoordelen, bagatelliseert de zaak. Weer zonder enig onderzoek te doen of betrokkenen te horen trekt hij op basis van zijn onderbuikgevoel de conclusie dat de ex van Frans de relatie anders heeft beleefd. En daarmee is de kous af: het Openbaar Ministerie maakt namelijk geen fouten, weet je nog!
Het handelen van politie en Openbaar Ministerie en het bewust liegen door Justitie in de zaak van Frans is een aantasting van de geloofwaardigheid van ons rechtssysteem, oordelen Kamerleden tijdens een debat over deze zaak in 2013: ‘De rechtbank moet kunnen vertrouwen op de politie en het Openbaar Ministerie, anders stort het strafrechtstelsel in.’ Een rechter: ‘Het risico dat je iemand onterecht veroordeelt, is in zedenzaken groter omdat er vaak maar weinig bewijs is.’ Het gaat erom valse van echte aangeefsters/aangevers te kunnen onderscheiden. Daarbij zijn niet alleen de onterecht beschuldigden, maar ook de echte slachtoffers van seksueel misbruik gebaat.
Zedendelicten zijn erg stigmatiserend, zegt Kai Lindenberg, hoofddocent straf(proces)recht aan de Universiteit van Groningen. ‘Het zal je maar gebeuren dat iemand zoiets over je naar buiten brengt, terwijl het niet waar is. Je bent in feite al schuldig bevonden. Het vervelende is, is dat er ook valse aangiften worden gedaan. Beide kanten van seksueel misbruik werken ontwrichtend.’ Dat beschuldigingen van misbruik niet thuis horen in de media heeft de ‘Brandt Corstius zaak’ wel laten zien. Volgens strafrechtadvocaat Bart Swier zijn de gevolgen rampzalig, ‘want je kunt nooit meer tot een zorgvuldige waarheidsvinding komen’. Daar komt bij dat onterechte zedenaangiften zelden worden vervolgd. Dit terwijl zedenofficier van justitie Eva Kwakman al in 2012 beterschap beloofde en zei dat Justitie voortaan altijd vervolging zal instellen bij een valse aangifte van een zedenmisdrijf. Tot nu toe is daar weinig van terechtgekomen. Dat zal ook niet veranderen zolang de politie maar wat blijft aanmodderen en valse aangiften niet herkent.
Een ding staat vast, of ze nu echt zijn of vals, bij zedendelicten zijn geen winnaars en verliezers, maar is slechts sprake van beschadigde, verdrietige en getraumatiseerde mensen. Alle aangiften rondom seksueel misbruik moeten serieus genomen worden, zegt Kim Lens van de Universiteit Tilburg. ‘Zulke dingen horen niet te gebeuren. Maar we moeten onze ogen ook niet sluiten voor onterecht beschuldigde mensen.’
Laat de #metoo campagne een wake-up call zijn voor politie en Openbaar Ministerie en de manier waarop zedenaangiften worden behandeld, in het bijzonder als die worden gedaan rondom een (v)echtscheiding met de bedoeling de ex-partner uit te schakelen. Zet deze oproep kracht bij en vraag met #stopvalseaangiften aandacht voor deze problematiek!
‘De rechter moet omgangsregelingen van kinderen met gescheiden ouders beter controleren en ouderverstoting strafbaar stellen’ bepleit advocaat Richard van der Weide, die zelf zijn kinderen door een vechtscheiding al jaren niet heeft gezien. Met een opiniestuk in NRC wil hij een lans breken voor alle kinderen die worden weggehouden van hun vader ‘met leugens en bedrog omdat moeder haar rancune geen plaats kan geven’. Volgens Van der Weide wordt in zo’n situatie niet ingegrepen door de rechterlijke macht en jeugdzorg, omdat zij van mening zijn dat dit in het nadeel is van de kinderen. ‘Dat leidt ertoe dat moeders in dit land hun macht straffeloos kunnen misbruiken en daar zijn de kinderen én de vader ernstig de dupe van.’
De Nederlandse wet zegt niets over hoe de zorg voor minderjarige kinderen na een scheiding moet worden geregeld. Volgens Van der Weide krijgt minimaal acht op de tien kinderen het hoofdverblijf bij de moeder en de vader een omgangsregeling. Wanneer er conflicten ontstaan over de scheiding of omgang, zet dat ‘gat in de wet’ de deur wagenwijd open voor misbruik door rancuneuze moeders. Kinderen worden ingezet om de ex-partner financieel te chanteren, te beschadigen en demoniseren, niet zelden ‘ondersteund’ door valse aangiften van mishandeling of seksueel misbruik, zegt Van der Weide.
Het kan zover gaan dat er sprake is van ouderverstoting: de kinderen kunnen en mogen hun vader niet meer zien. ‘De moeder zet de kinderen in als ‘pion’ en kanaliseert haar wrok over de ex-partner via de kinderen.’ Dit gedrag wordt zelden bestraft, terwijl ouderverstoting door experts wordt gezien als een ernstige vorm van kindermishandeling. De rechter en jeugdzorg kiezen volgens Van der Weide voor de weg van de minste weerstand en laten de situatie zoals die is. De gedachte is dan: ‘jammer dat er geen contact meer met de vader is, maar in het belang van rust voor de kinderen laten we het maar zo.’ Echter deze rust is een schijnoplossing want ouderverstoting stopt daarmee niet. Kinderen die geen onbevangen contact kunnen hebben met beide ouders worden belemmerd in hun ontwikkeling en raken, vaak voor de rest van hun leven, ernstig beschadigd. Net als de kinderen van Frans.
Zijn wraakzuchtige ex bediende zich ruim elf jaar geleden ook – ongestraft – van deze praktijken. Niet alleen de familierechter en de instanties sloegen de plank volledig mis, maar ook de politie en het Openbaar Ministerie. De rechercheurs van het korps Zeeland-West-Brabant moedigden de ex zelfs aan om valse aangiften te doen tegen vader Frans. En de officier van justitie die nieuw op de zaak kwam, schaarde zich – niet gehinderd door enige kennis van zaken – pal achter de liegende ex. Dit onder het mom dat Keulen en Van Aken ook niet op een dag zijn gebouwd.
In het opiniestuk komt Van der Weide met verschillende oplossingen en pleit hij voor een duidelijk, begrenzend signaal van de wetgever, zodat wraakzuchtige moeders (en vaders, want die zijn er – hoewel ver in de minderheid – natuurlijk ook) het wel uit hun hoofd laten om de kinderen in te zetten om de ex-partner te chanteren en te beschadigen.
Naast het opiniestuk in de NRC kwam advocaat en ervaringsdeskundige Van der Weide afgelopen week ook aan het woord in RTL-Late Night en Hart van Nederland waar hij opkomt voor de positie van (gescheiden) vaders en bepleit dat ouderverstoting strafbaar gesteld moet worden.
Omroep RTV Oost besteedde eveneens aandacht aan deze (grote) groep vaders die door hun ex-partner uit het leven van hun kinderen zijn gewerkt. In een serie van drie korte documentaires wordt deze problematiek helder en integer in beeld gebracht. Bekijk de afleveringen:
Deel 1 – Hoe falende instanties gescheiden vaders tot wanhoop drijven
Deel 2 – Bij vechtscheidingen worden onderlinge beschuldigingen nauwelijks onderzocht
Deel 3 – Dwaze vaders verliezen contact met kind, omdat moeder niet meewerkt
Naar aanleiding van de uitzendingen van RTV Oost hebben Kamerleden vragen gesteld aan de minister over ‘het systeem’ en de gang van zaken rondom – het belemmeren van – omgang tussen gescheiden vaders en hun kinderen. Om de problematiek uiteindelijk in de Tweede Kamer behandeld te krijgen, heeft een van de vaders uit de uitzending een Manifest Ouderverstoting gemaakt voor het wederzijdse recht van het kind op omgang met beide ouders. Hiervoor zijn 40.000 handtekeningen nodig. Steun dit initiatief door de petitie te tekenen (en te delen). En denk nou niet ‘laat maar, want dit is de ver van mijn bed show’; dit kan iedere vader en moeder in Nederland overkomen!
Hartelijk dank voor de steun, namens alle verstoten ouders en hun kinderen.
Maandag 13 februari staat in zijn geheugen gegrift. Frans wordt die dag tijdens een schooluitje van zijn zoontje opgepakt door de politie. Voor de ogen van andere ouders, leerkrachten en klasgenootjes wordt hij in een politie auto afgevoerd. In het openbaar, op klaarlichte dag. Zijn ex heeft hem ervan beschuldigd dat hij haar tijdens hun relatie jarenlang zou hebben bedreigd, mishandeld, seksueel misbruikt en zelfs verkracht.
Nu, elf jaar later, staat vast dat de aangiften van de ex evident vals waren en dat politie en justitie fout op fout stapelden. Frans had nooit gearresteerd mogen worden! Hoe heeft het toen dan tóch zover kunnen komen?
Het is kinderlijk eenvoudig om een valse aangifte te doen, vooral voor een vrouw. Politierechercheurs kunnen een valse aangifte namelijk nauwelijks van een echte onderscheiden. Niet beter dan jij of ik. Dat is slecht nieuws, want rondom conflictscheidingen wordt nogal eens een valse aangifte gedaan. Meestal bedoeld om de ex-partner als ouder buiten spel te zetten. Het gaat vaak om ernstige beschuldigingen, zoals stalken, bedreiging, (kinder)mishandeling en/of seksueel misbruik. Het is dan ook onbegrijpelijk dat de politie de benodigde training en vaardigheden mist en zo amateuristisch te werk blijft gaan, juist omdat de gevolgen voor de onterecht beschuldigde zeer ingrijpend zijn.
In een vorig blog over valse aangiften schreef ik hoe gemakkelijk de politie meeging in de leugens van de ex van Frans. In een mum van tijd belandde de politie in een tunnelvisie met nog maar één doel voor ogen: de ontmaskering van die vieze immorele zedendelinquent. Gelijktijdig werd het ‘slachtoffer’ met raad en daad bijgestaan. Dat hoort bij de ‘service’ vinden sommige (te) gedreven dienders. In het geval van de ex van Frans ging dat heel ver.
Hoe ver die extra service ging weten we onder andere uit het politiejournaal. Een soort ‘intern dagboek’ waarin de betrokken politiemensen vermelden wat nog moet gebeuren, korte verslagjes schrijven en elkaar bijpraten. Dit journaal hebben we opgevraagd via de Wob (Wet openbaarheid van bestuur), net als verschillende andere documenten van de politie en het Openbaar Ministerie overigens. Het geeft een uniek kijkje achter de schermen en laat zien hoe de politie destijds te werk ging tijdens het ‘opsporingsonderzoek’. Lees en huiver!
De ex van Frans doet in september (2005) aangifte van mishandeling. Zij en Frans zijn dan al een paar maanden uit elkaar, met als reden dat Frans haar vreemdgaan had ontdekt. De ex vertelt de politie echter dat ze voor huislijk geweld is gevlucht, maar de kinderen bij Frans moest achterlaten. Ze is bang dat ook hen iets overkomt als ze daar niet snel worden weggehaald! De aangifte heeft niet het gewenste effect; de politie kan er niets mee, haar verhaal rammelt aan alle kanten en er zijn geen getuigen…
Daar weet de ex wel raad mee en gaat ‘nu ineens’ aan vriendinnen, kennissen en buren vertellen over jarenlange mishandelingen door Frans. Ze durfde er eerder nooit over te praten, zegt ze. Plotseling is alle schroom helemaal verdwenen want ze vertelt iedereen ook dat Frans haar regelmatig zou hebben gedwongen tot allerlei seksuele handelingen, die hij fotografeerde of filmde.
Nu heeft ze meer succes, want de ex treft een fanatieke agent. Deze ‘stoere bink’, die in zijn vrije tijd psychologie studeert, neemt de ex direct onder zijn hoede. Hij neemt haar kopzorgen zo serieus, gelooft klakkeloos de bizarre leugens over Frans en zegt dat de dader zijn straf niet mag ontlopen. Kennelijk wil hij indruk maken op dit zielige vermeende slachtoffer en gaat ambitieus aan de slag, maar niet met waarheidsvinding. Hij houdt voorgesprekjes met de door de ex aangedragen getuigen en beoordeelt of hun verklaringen interessant genoeg zijn. Als zij het verhaal van de ex niet bevestigen worden ze afgevoerd als getuige óf door de agent onder druk gezet om hun verklaring aan te passen.
Niet veel later moet deze ijverige speurder de zaak – tot zijn spijt – overdragen aan de zedenafdeling. Maar niet voordat hij zijn ‘klus’ rondom de getuigen heeft afgerond. Uiteindelijk zal hij een even twijfelachtige als cruciale rol spelen in het verdere verloop van deze zaak. Daarover later meer.
Een van de leidinggevende uit die tijd, verklaart jaren later tijdens een intern onderzoek over deze fanatieke agent: ‘De heer (naam agent) is gedreven in het oppakken van een zaak. Hij is niet voor niets later psychologie gaan studeren. Of dit in het belang van een zaak is, kun je je afvragen. Vandaar dat hij destijds bij de centralisatie niet mee kon doen bij de selectie voor de zedengroep. Hij kwam niet in aanmerking voor een functie bij de zedengroep. Hij was te gedreven, doorgeschoten. Dat heb ik van een collega die voor mij op zedenzaken zat. Als de heer (naam agent) iets gevraagd zou hebben aan mevrouw (naam ex van Frans), dan is dat niet slim. Als het over zeden gaat, dan moet hij stoppen, dat is onze stelling.’
De zaak gaat over naar de zedenafdeling en daar pakken we het op in het journaal*) Volgens het protocol voor zedenaangiften moet met een nieuwe aangeefster eerst een intakegesprek worden gehouden. Haar wordt uitgelegd wat ze kan verwachten van een zedenaangifte en daarna krijgt ze een paar dagen bedenktijd om te beslissen of ze al dan niet aangifte wil doen. De ervaren en gecertificeerde zedenrechercheurs (zo betitelen ze zichzelf steeds in de processen-verbaal) waar de ex terecht komt, doen het echter op hun eigen manier.
*)Door het korps zijn helaas ook voor ons, veel passages ‘om redenen van privacy’ zwart gemaakt
In de afgelopen twee maanden is het verhaal van de ex enorm uitgedijd; van een paar mishandelingen bij de eerste aangifte, zou ze nu 23 jaar lang, vanaf het begin van de relatie zijn mishandeld, geïntimideerd, gemanipuleerd, seksueel misbruikt en de laatste jaren ook regelmatig verkracht.
Op 28 november 2005 zou daarvan de aangifte worden opgenomen. Maar zoals blijkt uit het journaal lukt het de twee ervaren en gecertificeerde zedenrechercheurs niet om enige structuur te krijgen in de chaotische stortvloed van woorden van de ex. Zij wordt naar huis gestuurd om alles eerst maar eens rustig op papier te zetten en de mislukte aangifte krijgt ineens het label intakegesprek. Een nieuwe afspraak voor de aangifte staat nu gepland voor 6 december.
Interessant is nog de passage op pagina 2 van het journaal onder ‘Overname gehele zaak (28 november)’. Over de psychologe die daar wordt genoemd (de ex is bij haar onder behandeling) weten we dat onze fanatieke agent een indringend gesprek met haar had. Hij zette haar onder druk om een zeer belastende verklaring over Frans af te geven. Die verklaring zal uiteindelijk een belangrijke rol spelen bij de arrestatie. Nogmaals, de ex was onder behandeling bij de psychologe, niet Frans! De psychologe is voor die verklaring later tuchtrechtelijk voor berispt.
Op de volgende pagina’s in het journaal lezen we dat onze fanatieke agent op 5 december een ‘afsluitend gesprek’ heeft met de ex. Bijzonder, want de beste man had toen al niets meer met de zaak te maken. De ex vertrouwt hem toe dat ze ernstig twijfelt of ze de zware aangifte van seksueel misbruik en verkrachting wel moet doen. Tegen alle regels in haalt hij haar over om wel aangifte te doen. Wat hij niet weet is dat de afspraak voor die aangifte al lang gepland staat, en wel voor de volgende dag 6 december!
De ex zegt niets en komt de volgende dag niet opdagen. ‘Sorry, vergeten’ zegt ze. Bij de ervaren en gecertificeerde zedenrechercheurs hadden nu alle alarmbellen moeten gaan rinkelen. Maar nee, ze willen haar niet belasten met moeilijke vragen en maken gewoon weer een nieuwe afspraak.
Op 14 december is het dan toch zover; de zedenaangifte wordt opgenomen. Daarnaast moet er, zoals uit het journaal blijkt, nog allerlei bewijs worden verzameld. Vreemd genoeg doet de politie dat niet zelf, maar laat dat over aan het ‘slachtoffer’, de ex. Zij gaat op pad om een rapportage op te vragen bij de huisarts en bij de maatschappelijk werkster (IMW).
Je zou denken dat de politie Frans nu direct oppakt. Alleen al de laatste aangifte en de (zeer) belastende verklaring van de psychologe die Frans een potentiële moordenaar noemt, geven daar alle aanleiding toe: hij zou een gevaar zijn voor zijn ex, de kinderen en zichzelf! De psychologe schrijft over Frans: ‘… Niet zelden leidt dit tot een verwoesting van de bron van boosheid (vrouw en kinderen), ten einde alle vernedering uit te wissen om vervolgens met een suïcide een einde te maken aan het eigen geweten en het ondraaglijke lijden (alleen zijn, verlaten zijn, niet durven door te leven). Ingeschat wordt dat er daadwerkelijk gevaar is ten aanzien van cliënte.’
Er gebeurt helemaal niets, want ineens blijkt dat de ex na de arrestatie nergens heen kan met de kinderen. Ze woont in bij haar moeder en diens zieke vriend en in de krappe bovenwoning is absoluut geen plaats voor twee jonge en drukke kinderen. In allerijl gaat de chef van de zedenafdeling hoogstpersoonlijk aan de slag en belt met de woningbouwvereniging. Die hebben geen haast, want de ex heeft zelf – gek genoeg – nog helemaal niets ondernomen om een huis te krijgen. Ook met de urgentieverklaring die ze al eerder van de politie kreeg, heeft ze niets gedaan. Hier had de politie natuurlijk ook grote vraagtekens bij moeten plaatsen. Maar weer wordt er geen enkele kritische vraag gesteld en krijgt de ex alle hulp en ondersteuning om nu snel een huis te vinden.
Intussen worden er nog wat getuigen gehoord en verklaringen verzameld. Met de advocaat van de ex wordt het op een akkoordje gegooid; ze kan de gerechtelijke procedure voor uitbreiding van de bezoekregeling (een ouderschapsplan bestond toen nog niet) net zo goed stopzetten. Na de arrestatie van Frans is het probleem opgelost, want dan gaan de kinderen toch definitief naar hun moeder.
Terwijl de politie voorbereidingen treft voor de aanhouding, maakt de ex – in afwachting van de kinderen – haar nieuwe huisje gezellig. Begin februari is iedereen er dan echt helemaal klaar voor: maandag 13 februari is D-day!
En zo kan het gebeuren dat een onschuldige vader met grof geschut van zijn kinderen wordt ontdaan en in het openbaar als crimineel wordt neergezet. Het Openbaar Ministerie dat leiding zou moeten geven aan het opsporingsonderzoek van de politie en hier eindverantwoordelijk voor is, was overigens in geen velden of wegen te bekennen. Dus dankzij de toegewijde ‘hulp en ondersteuning’ van de politie aan een valse aangeefster en een falend Openbaar Ministerie is van twee jonge kinderen hun vader afgenomen. Een trauma waardoor deze kinderen voor de rest van hun leven ernstig zijn beschadigd.
En dit overkomt duizenden kinderen per jaar. Kinderen die na een scheiding – ongewild – het contact verliezen met een van de ouders. Met dank voor alle ‘hulp en ondersteuning’ van politie,openbaar ministerie, hulpverlenende instanties en in het bijzonder het toegewijde familierecht in Nederland. Allemaal staan ze erbij en kijken ernaar!
]]>